20/05/2026
Mijn beste vriendin is op een operatietafel gestorven omdat ze het wachten niet meer aankon.
Ze heette Annelies. Ze was 61. Ze woog 138 kilo.
Ze is gestorven op donderdag 14 november om 10:42 's ochtends in een privékliniek in Genk, België, tijdens de inleiding van een gastric bypass waar ze achttien maanden op had gewacht in Nederland en die ze uiteindelijk zelf had geboekt en zelf had betaald — €11.400 — omdat ze, in haar eigen woorden van twee weken eerder aan mijn keukentafel: "Astrid, ik kan dit lichaam geen jaar langer dragen."
Haar hart heeft het niet gehouden onder de propofol. Niet de operatie zelf. De inleiding. Het stilleggen van de ademhaling. Een hart dat 18 jaar lang onder een gewicht had gepompt waarvoor het niet was gemaakt, gaf het op het moment dat de anesthesie het overnam.
Ik was in die kliniek. Ik was haar enige bezoeker. Haar man Pieter had op de avond voor haar vertrek tegen haar gezegd: "Annelies, ik moet hier nog over nadenken, ik kom volgende week", en hij was niet gekomen. Hun zoon woont in Australië. Haar moeder is dement.
Ik heb haar afgezet bij de receptie op woensdagavond. Ik heb naast haar in een stoel met blauwe stof gezeten in een kamer met nummer 207 op de deur, met haar opnamebandje al om haar pols, en wij hebben gepraat tot middernacht over wat ze ging eten als ze weer thuis was. Pannenkoeken. Ze wilde eerst weer pannenkoeken kunnen eten zonder over te geven, en daarna ging ze stoppen.
Donderdagochtend om 09:30 hebben de verpleegkundigen haar in een rolstoel meegenomen. Ze keek naar mij vanuit de gang. Ze zwaaide met twee vingers — geen hele hand, twee vingers, zoals zij dat sinds onze studietijd in 1981 deed bij elke afscheid.
Om 11:15 kwam een arts in groene scrubs de wachtkamer binnen.
Ik zat alleen op een stoel met een tijdschrift op schoot dat ik niet had gelezen.
Hij ging naast mij zitten. Hij was niet veel jonger dan ik. Hij sprak Nederlands met een Vlaamse zachtheid. Hij zei: "Mevrouw, bent u familie?"
Ik zei: "Ik ben haar beste vriendin sinds 1981."
Hij knikte alsof dat genoeg was. Hij legde zijn hand op de mijne. Hij zei: "Het spijt mij heel erg. We konden haar niet meer terughalen."
Ik herinner mij dat ik vroeg of ze pijn had gehad. Hij zei nee. Hij zei dat ze sliep. Hij zei dat ze niet wist dat het stopte.
Ik herinner mij dat ik vroeg of ik haar mocht zien. Hij zei: "Mevrouw, ik raad het u af. Niet om wat u zou denken. Maar omdat u haar moet onthouden zoals ze gisteravond met u lachte."
Ik heb haar niet gezien. Ik heb sindsdien gedacht dat dat misschien laf was. Ik heb sindsdien geleerd dat het waarschijnlijk goed was.
Ze gaven mij een doorzichtige plastic zak met haar spullen. Ik heb die zak van Genk naar Almere gereden, alleen, in vier uur, zonder muziek aan, met die zak op de passagiersstoel waar zij de avond ervoor had gezeten.
In de zak: een lichtblauwe ochtendjas met een vlek op de mouw van koffie van die ochtend. Pluche pantoffels in maat 41. Een doorzichtig bekertje waarin haar trouwring lag — Pieter had hem haar in 1986 gegeven, een gewone gladde band, ze had hem 39 jaar gedragen. Haar telefoon met 4% batterij, niet vergrendeld, opengebleven op het laatste scherm dat ze had geopend voordat ze de operatiekamer in ging.
Drie ongelezen berichten. Aan mij.
10:38 — "Lief, ik ben bang."
10:39 — "Bel me niet, ik durf nu mijn stem niet."
10:40 — "Als er iets gebeurt, vergeef het Pieter dan."
Twee minuten voor haar dood.
Ik schrijf dit nu vier maanden later vanuit een huis in Almere waar Annelies negentien jaar lang elke vrijdagmiddag koffie kwam drinken en waar haar plek aan tafel — de stoel rechts van mij, met uitzicht op de tuin — sinds 14 november leeg is.
Ik weeg op deze ochtend 31 kilo te veel. Drie maanden geleden was het 39 kilo. Hoe dat is gegaan, ga ik je vertellen, maar eerst moet je weten waar dit echt over gaat — en dat is niet over Annelies, niet alleen over haar.
Het gaat over de twee opties die wij vrouwen na de 55 hebben gekregen. Optie één: doorgaan zoals het ging, met de tunieken in donkere kleuren, met de knieën die kraken, met het hart dat zwijgt tot het niet meer zwijgt. Optie twee: het mes. Een chirurg die je maag verkleint tot een ei. Een vliegticket naar België omdat de wachtlijst hier achttien maanden is. Een privékliniek waar je €11.400 op de pinpas neerlegt en niet meer thuiskomt.
Geen van die twee opties had Annelies hoeven kiezen. Daar is dit verhaal eigenlijk over.
Niemand had ons over de derde optie verteld.
Op de begrafenis op 21 november, in een aula in Almere met grijze tegels en lelies van mijn eigen bestelling, sprak ik een van de twee toespraken. Pieter sprak de andere. Hij huilde door zijn hele tekst heen en niemand veroordeelde hem ervoor — behalve ik, in stilte, en ik schaam mij er niet voor.
Na afloop, in de koffieruimte, kwam een vrouw op mij af die ik niet kende. Rond de 50. Donker mantelpak. Ze stelde zichzelf voor als Sanne Wagemans. Ze zei: "Mevrouw, ik was de anesthesist op donderdagochtend in Genk. Ik woon in Maastricht. Ik heb mij vanmorgen in de auto gezet om hier te zijn."
Ik heb haar aangekeken op een manier die ik mij later niet meer herinnerde.
Ze zei: "Ik mag dit beroepsmatig niet zeggen. Ik ben hier vandaag als mens, niet als arts. Mag ik u over een paar weken bellen, als u zover bent?"
Ze gaf mij een visitekaartje. Ik stopte het in de zak van mijn jas en ben het drie weken vergeten.
Op een dinsdagavond in december, met regen tegen de ramen, vond ik dat kaartje terug toen ik diezelfde jas weer aandeed. Ik belde haar op. Het was negen uur 's avonds. Ze nam onmiddellijk op alsof ze had zitten wachten.
We hebben anderhalf uur gepraat.
Sanne is 52. Anesthesioloog sinds 2002. Sinds 2019 werkt ze drie dagen per week in die privékliniek in Genk omdat het beter betaalt en omdat haar man met MS thuis zit. Ze heeft mij die avond aan de telefoon gezegd, met een stem die haar collegae niet zouden herkennen:
"Mevrouw, in de afgelopen vier jaar heb ik 137 vrouwen onder narcose gebracht voor bariatrische chirurgie in deze kliniek. Acht van hen zijn niet wakker geworden. Annelies was nummer acht. Wij rapporteren die aantallen niet. Ze worden gerapporteerd als 'cardiale complicatie tijdens inductie'. Ze worden niet gerapporteerd als 'vrouw van zestig die zo wanhopig was dat ze het mes prefereerde boven nog een jaar in haar lichaam'."
Ze zei: "Ik ga met pensioen op mijn 60e. Niet uit luiheid. Omdat ik dit niet meer kan dragen. Ik zie elke maand twee Annelies'en de kamer in komen en ik zie de man van een Annelies niet komen op woensdagavond en ik zie het briefje aan haar pols en ik weet — ik weet voordat ik de propofol injecteer — wie er over een uur niet meer wakker wordt."
Ik vroeg: "Sanne, waarom belt u mij?"
Ze zei: "Omdat ik op de begrafenis een vrouw zag die de stoel naast Annelies was en die nu zelf op die wachtlijst gaat staan. U gaat dat doen, mevrouw. Misschien niet volgende maand. Misschien over een jaar, twee jaar. U gaat doen wat zij heeft gedaan. Ik ken die blik. Ik bel u omdat ik u dat ga proberen te besparen, en ik bel u thuis omdat ik dit niet vanuit mijn werkkamer kan zeggen."
Ze zei: "Ik heb zelf vier jaar geleden iets gelezen. Niet van een collega. Niet uit een richtlijn. Een lang artikel, online, geschreven door iemand die niets verkocht. Over wat er met een vrouwenlichaam gebeurt na de overgang — over visceraal vet als hormoonorgaan, over insulineresistentie, over hoe ons lichaam zelf de honger naar suiker en troost aanstuurt op een manier die geen enkel dieet kan overschreeuwen. Het stond niet in mijn studieboeken. Het staat in geen enkele Nederlandse richtlijn waar ik mee werk. Ik heb het twee keer gelezen. Ik heb gedaan wat erin staat. Ik weeg nu 19 kilo minder dan toen ik het las. Niet om mooi te zijn. Om mijn eigen patiëntes niet te worden."
Ze zei: "Mevrouw, ik mag u dit beroepsmatig niet aanraden. Ik kan u dit alleen geven omdat ik gisteren heb begraven wat ik vandaag wil voorkomen. Ik stuur het u nu. Per sms. Op het nummer waarmee u mij hebt gebeld. Wat u ermee doet is aan u."
Ze hing op. Twee minuten later kreeg ik de link.
Ik heb dat artikel die nacht gelezen. Van 22:30 tot 03:15. Aan mijn keukentafel, op de stoel die niet de stoel van Annelies was. Met de zak uit Genk nog steeds in de gangkast — ik had hem niet aangedurfd om hem leeg te halen.
Ik ga het hier niet voor je navertellen. Ik heb het al een keer geprobeerd tegen Pieter en uit mijn mond werd het iets dat ik aan de telefoon hoorde verbloemen tot "je moet wat letten op suiker". Daar gaat het echt niet over. Het gaat over een biologisch mechanisme bij vrouwen ná de 50 dat in geen enkel huisartsconsult van tien minuten wordt uitgelegd, en waar Annelies, ik, en — heel waarschijnlijk — jij, nooit van hebt gehoord.
Ik begon de volgende ochtend.
Niet fanatiek. Geen schema's. Geen apps. Wat erin staat.
Het is nu drie maanden later.
Min 17 kilo. Zonder honger. Zonder shakes. Zonder dat ik één huis minder heb verkocht dan in dezelfde maanden vorig jaar — wat in de makelaardij iets betekent, want stress eet en ik eet niet meer.
Mijn taille is 18 centimeter smaller. Mijn nuchtere bloedsuiker — die ik liet meten in de week na de begrafenis omdat ik bang was — was 7,4. Vorige week was hij 5,6. Mijn bloeddruk is van 158/96 naar 124/78. Mijn eigen huisarts heeft mij gevraagd of ik heimelijk Ozempic gebruik. Ik heb haar gezegd van niet en haar de link gestuurd. Ze heeft niet teruggemaild.
Maar dat is niet waarom ik dit schrijf.
Vorige vrijdagmiddag — voor het eerst sinds 14 november — heb ik aan mijn keukentafel koffie gezet voor twee. Ik heb een tweede kop neergezet op Annelies' plek. Ik heb gepraat. Ik heb haar verteld wat Sanne mij had gezegd. Ik heb tegen haar gezegd dat ik het haar nooit zou kunnen vergeven dat ze niet had gewacht — niet vergeven dat ze het kon weten, want ze kon het niet weten, niemand had haar het verteld — maar dat ik het mezelf zou kunnen vergeven als ik nog één vrouw zou kunnen tegenhouden van die rolstoel in die gang in Genk.
De zak uit Genk staat nog in mijn gangkast. Ongeopend op de pantoffels en de jas na, die ik gewassen heb en aan haar zoon heb gestuurd in Australië. De ring in het bekertje heb ik aan Pieter gegeven op de begrafenis — hij heeft mij niet aangekeken toen hij hem aannam.
De telefoon heb ik. Met die drie berichten erop. Ik heb hem niet uitgezet. Ik laad hem elke maand één keer op zodat de berichten niet verdwijnen. Het is geen monument. Het is een document, zoals Lotte's trouwjurk in haar logeerkamer in Breda — ik schreef daarover voor anderen, en het komt allemaal op hetzelfde neer.
Wij vrouwen ná de 55 dragen documenten met ons mee. Trouwjurken met bloed. Telefoons met laatste woorden. Plastic Efteling-bandjes om versleten polsen. Schorten van overleden dochters. Tassen uit klinieken in Genk.
Het zijn allemaal manieren waarop ons lichaam ons heeft toegeschreeuwd dat het anders moest, en die wij allemaal naast ons neer hebben gelegd.
Als je dit leest en je hebt ooit op een wachtlijst gestaan voor iets dat je je lichaam wilde laten doen omdat je geen andere manier meer zag — alsjeblieft. Niet boeken. Niet wachten. Niet naar Genk.
Als je een Annelies hebt — een vriendin, een zus, een buurvrouw die het jou heeft toevertrouwd dat ze het niet meer trekt — alsjeblieft. Bel haar vandaag. Niet morgen.
Sanne zei aan de telefoon iets dat ik nu doorgeef: "Het lichaam vraagt niet om een chirurg. Het vraagt om informatie die niemand het heeft gegeven. De chirurg is wat we kiezen als die informatie te laat is."
Het artikel dat Sanne mij stuurde — datgene waar dit hele verhaal aan hangt — heb ik in de eerste reactie onder dit bericht gezet. Niet in de tekst zelf, want Facebook beperkt het bereik van berichten met links, en ik wil dat dit zoveel mogelijk vrouwen bereikt voordat zij in een rolstoel een gang in Genk in worden gereden.
Open de reacties. Eerste vastgepinde. Ga er met een kop thee bij zitten. Lees van begin tot eind. Niet diagonaal. Niet "voor straks bewaren". Vandaag.
Doe je daarna niets — dan heb ik in elk geval gedaan wat Sanne voor mij heeft gedaan op een dinsdagavond in december, drie weken te laat voor mijn beste vriendin, maar precies op tijd voor de vrouw die ik nog kan worden voor de anderen om mij heen.
— Astrid, 63 jaar
Almere
P.S. Pieter is op haar verjaardag — 4 maart, ze was 62 geworden — niet bij haar graf geweest. Ik wel. Ik heb daar witte tulpen neergelegd, haar lievelingsbloem, en ik heb hardop gezegd: "Lief, ik vergeef het je dat je niet hebt gewacht. Vergeef het mij dat ik niet wist wat ik wist te laat." Een man die langsliep met een hond keek even mijn kant op en deed alsof hij niets hoorde. Ik ben hem dankbaar.
P.P.S. Ik verkoop niets. Geen pillen, geen poeders, geen abonnementen, geen klinieken. Ik ben een 63-jarige makelaar uit Almere wier beste vriendin op een operatietafel in België is gestorven omdat zij dacht dat dat de enige uitweg was. Stuur dit door naar je vriendin die het er met jou over heeft gehad. Naar je zus die op een wachtlijst staat. Naar je collega die er niet over praat maar van wie jij weet dat zij erover denkt. Niemand vertelt ons dit op tijd. Wij moeten het elkaar vertellen, en wij moeten het doen voordat onze beste vriendinnen ons in een doorzichtige plastic zak naar huis sturen.
👇 Het artikel staat in de eerste reactie.