FACESTORIES

FACESTORIES Behind every face lies a story to be told. Met dit motto in gedachten maakt FACESTORIES korte, perso We appreciate any of your ideas.

FACESTORIES

Love photography
Love people
Love their stories

Let's enjoy photography & people ! Please contact us:

Julie Blik Fotografie,
[email protected]
www.julieblik.nl
https://www.facebook.com/JulieBlikFotografie
06-14740603

Ariella Kornmehl
[email protected]
http://www.kornmehl.nl
https://www.facebook.com/akornmehl

14/04/2026

63. Cees Dam

De inhoud is het belangrijkst, zegt Cees Dam die beroemd is geworden met zijn unieke architectuur. Maar zoals we weten dwingt de inhoud een bepaalde vorm af. Hij concentreert zich het liefst op de inhoud. Niet vreemd voor iemand met een religieuze opvoeding. Als zevende kind werd hij in een katholiek gezin geboren, helaas overleed zijn jonge moeder kort na zijn geboorte. De zus van zijn moeder nam de baby in huis. Het leven in dat pleeggezin was warm en liefdevol, ‘ik had het niet beter kunnen treffen’. Hij beweert in staat te zijn om vandaag de dag nog steeds te kunnen herkennen of medemensen een harmonieuze jeugd hebben gehad of niet. Hij kijkt ons glimlachend aan. Het gaat dus niet om de biologische relaties, aldus Cees, maar om de liefde om je heen. Zo heeft hij later ook een liefdevolle relatie met zijn vrouw weten op te bouwen, ruim veertig jaar waren ze samen. ‘Van verliefdheid ga je na vele jaren langzaam over in het samen functioneren, maar voor alles geldt; respect en vrijheid zijn cruciaal voor een goede relatie.’ Hij wil geen nieuwe partner in zijn leven, het is goed zo. En uiteindelijk leeft hij al jaren met de overtuiging die overal voor geldt en enorm gerust stelt, ‘het komt nooit meer goed.’ Zolang je je daarvan bewust bent in deze wereld, kun je gaan kijken naar wat er dan wel nog de moeite waard is. Pessimistisch? Helemaal niet. Cees Dam kent een enorme realiteitszin, waarbij hij zijn angsten gemakkelijk weet te parkeren. Hij praat veel en zegt nog meer met zijn gebaren. ‘Als je goed kijkt, en goed luistert, en je weet ook nog waar het over gaat, dan ben je iemand.’ Het is een mooie gedachte, die past bij een hoogleraar bouwkunde aan de TU Delft. Aan die universiteit ging hij met plezier het avontuur aan. Die functie is uitzonderlijk vanwege zijn achtergrond, hij is afkomstig van de Academie, ‘ik ben een timmerman die Latijn spreekt.’ Nog steeds is Cees gek op het avontuur, ook buiten de architectuur, ‘dat is tenslotte de enige manier om vooruit te komen in het leven. Als je blijft hangen in je ervaring, in dat wat je al kent, ontdek je niets nieuws en kom je nooit vooruit. Dat geldt ook op intellectueel niveau. Verwondering en verbazing zijn veel nuttiger dan ervaring.’ Met Cees aan tafel zitten is wel degelijk een heel bijzondere ervaring.

Tekst: Ariella Kornmehl
Foto: Julie Blik

Cees Dam (1932-2026)Interview voor FACESTORIES 2017
14/04/2026

Cees Dam (1932-2026)
Interview voor FACESTORIES 2017

63. Cees Dam

De inhoud is het belangrijkst, zegt Cees Dam die beroemd is geworden met zijn unieke architectuur. Maar zoals we weten dwingt de inhoud een bepaalde vorm af. Hij concentreert zich het liefst op de inhoud. Niet vreemd voor iemand met een religieuze opvoeding. Als zevende kind werd hij in een katholiek gezin geboren, helaas overleed zijn jonge moeder kort na zijn geboorte. De zus van zijn moeder nam de baby in huis. Het leven in dat pleeggezin was warm en liefdevol, ‘ik had het niet beter kunnen treffen’. Hij beweert in staat te zijn om vandaag de dag nog steeds te kunnen herkennen of medemensen een harmonieuze jeugd hebben gehad of niet. Hij kijkt ons glimlachend aan. Het gaat dus niet om de biologische relaties, aldus Cees, maar om de liefde om je heen. Zo heeft hij later ook een liefdevolle relatie met zijn vrouw weten op te bouwen, ruim veertig jaar waren ze samen. ‘Van verliefdheid ga je na vele jaren langzaam over in het samen functioneren, maar voor alles geldt; respect en vrijheid zijn cruciaal voor een goede relatie.’ Hij wil geen nieuwe partner in zijn leven, het is goed zo. En uiteindelijk leeft hij al jaren met de overtuiging die overal voor geldt en enorm gerust stelt, ‘het komt nooit meer goed.’ Zolang je je daarvan bewust bent in deze wereld, kun je gaan kijken naar wat er dan wel nog de moeite waard is. Pessimistisch? Helemaal niet. Cees Dam kent een enorme realiteitszin, waarbij hij zijn angsten gemakkelijk weet te parkeren. Hij praat veel en zegt nog meer met zijn gebaren. ‘Als je goed kijkt, en goed luistert, en je weet ook nog waar het over gaat, dan ben je iemand.’ Het is een mooie gedachte, die past bij een hoogleraar bouwkunde aan de TU Delft. Aan die universiteit ging hij met plezier het avontuur aan. Die functie is uitzonderlijk vanwege zijn achtergrond, hij is afkomstig van de Academie, ‘ik ben een timmerman die Latijn spreekt.’ Nog steeds is Cees gek op het avontuur, ook buiten de architectuur, ‘dat is tenslotte de enige manier om vooruit te komen in het leven. Als je blijft hangen in je ervaring, in dat wat je al kent, ontdek je niets nieuws en kom je nooit vooruit. Dat geldt ook op intellectueel niveau. Verwondering en verbazing zijn veel nuttiger dan ervaring.’ Met Cees aan tafel zitten is wel degelijk een heel bijzondere ervaring.

Tekst: Ariella Kornmehl
Foto: Julie Blik

Lidy Stoppelman (1933) Het sneeuwt als ik bij Lidy aankom. Het is alsof het moment perfect gekozen is, sneeuw bij de vro...
16/02/2026

Lidy Stoppelman (1933)

Het sneeuwt als ik bij Lidy aankom. Het is alsof het moment perfect gekozen is, sneeuw bij de vrouw die als eerste Nederlandse kunstschaatsster ooit naar de Olympische Spelen ging.

'Voor mij is sneeuw niks,' zegt ze nuchter. 'Ik ben gewend in sneeuw te rijden.' Ze zit in haar vaste stoel, met Charlie, haar kleine hondje, ergens in de buurt. We eten knolselderijsoep die ze zelf gemaakt heeft. De keuken is hoog ingericht, veel te hoog eigenlijk. 'Ik heb nooit rekening gehouden dat ik oud word,' erkent ze met een lach.

Aan de muur hangen Chinese kalligrafieën die ze zelf gemaakt heeft. Lang leven, staat er op één van de werken. Er hangt ook een gouache van haar achttienjarige zelf in een schaatspakje dat haar moeder maakte. Blue Violins, de muziek waarop ze danste tijdens de Olympische Spelen. 'Prachtige muziek,' herinnert ze zich. 'Tadla tadla pam, en dan hup, ging mijn been omhoog.'

Haar vader was Joods. Tijdens de oorlog moest hij onderduiken achter een kartonnen muur in een sigarenwinkel op de Elandsgracht. Haar moeder bracht hem eten, met Lidy achterop de fiets, tijdens de avondklok. Ze was zeven jaar. 'Ik weet dit omdat mijn moeder me dat verteld heeft,' zegt Lidy. 'Ik herinner het me zelf niet.' Tussen zes en acht uur ging de rolluik één keer open, één keer dicht, en dan mocht haar vader hen even zien door een gaatje in de poster van een Spaanse danseres. Oom Lodewijk, de oudste broer van haar vader, had die schuilplaats geregeld. Een moedige man die tegelijk met de NSB en met de ondergrondse heulde om verzetswerk te doen. De hele familie Stoppelman kwam goed door de oorlog. Door oom Lodewijk.

'Lidy, papa is in gevaar. Niet praten, niet praten,' hoort ze nog steeds haar moeders stem.

Lidy begon op haar vierde met schaatsen, achter een krukje tussen de ingevroren rijnaken op de Kromme Waal in Amsterdam. Haar vader vond kunstschaatsen mooi, dus dat moest zij ook maar doen. In 1951, 1952 en 1953 werd ze Nederlands kampioene. De wisselprijs was een zilveren schaats, gemaakt van omgesmolten dubbeltjes en kwartjes. Die ligt nu nog op de plank in Zandvoort.

Voor betere trainingsfaciliteiten trok ze naar Engeland. Haar gymnasiumopleiding liet ze vallen – schaatsen won van alles.
In 1952 ging ze naar Oslo, naar de Olympische Winterspelen. De eerste Nederlandse kunstschaatsster ooit op de Spelen. Ze reisde samen met haar moeder, die ook haar trainster en coach was, en die al haar schaatskostuums naaide. Bij haar eerste axel scheurde een armsgat uit haar pakje. 'Verschrikkelijk! Ik ben doorgegaan.' Ze eindigde als tweeëntwintigste in een veld van veertig deelneemsters.

Kans op medailles maakte ze niet, dat wist ze zelf ook. Maar het ging ook om iets anders. 'Die onderlinge sfeer. Kreeg ik last van een blessure, dan stond daar de arts van de Finse bobbers al klaar. Die saamhorigheid!' Tegelijk voelde ze zich ook eenzaam. 'Er was vooral aandacht voor de mannen.’

Ze trouwde jong, met een man die vreemdging. Constant. Een narcist met endogene depressie. Zijn eerste vrouw had zelfmoord gepleegd – uit het raam gesprongen. Lidy haatte hem, totdat ze op een dag in de spiegel keek en dacht: hij ziet niets van je haat. Weg daarmee. Hij kwetste haar geestelijk, boorde haar de grond in. 'Je kan beter een klap krijgen,' zegt ze. Hij heeft één keer tegen haar geschreeuwd. Ze pakte zijn Olivetti typemachine en gooide die tegen zijn bureau. Hij schrok zich kapot. Heeft nooit meer geschreeuwd.

Deze vrouw toont veerkracht, dat ziet iedereen. Ze vertelt: ‘Eén keer was ik zo gekwetst dat ik een week in bed bleef liggen. Toen ik opstond dacht ik: dit gebeurt me nooit meer. En het is ook nooit meer gebeurd.’
Ze werkte later aan boord van cruiseschepen waar haar man een fotowinkel had. Ze ontwikkelde daar een instinct voor mensen, kon aan hun gezicht zien wie niet te vertrouwen was. 'Die gave heb ik niet meer,' zegt ze nu met een zucht .
Ze is niet depressief van nature, zegt ze. ‘Als er iets aan de hand was ging ik aan tafel zitten en dacht na: wat kan ik eraan doen? Er moet iets te doen zijn.' Ze luistert altijd naar haar lichaam. Ze gelooft in homeopathie, maar blijft gelukkig wel met haar voeten op de grond.

Op haar plank ligt de zilveren schaats. Haar laatste overwinning staat er nog niet op gegraveerd. 'Dat moet ik nog even doen,' zegt ze. En dan, met een glimlach: 'Maar dat ga ik nooit doen.' Het Joods Museum mag het krijgen, na haar dood. Samen met de foto's van haar ouders en misschien de gouache van dat meisje van achttien in het blauwe schaatspakje. Wie weet.

Ze woont al 25 jaar in Zandvoort, vlakbij de zuidduinen, in een huis vol herinneringen. Haar notaris is testamentair executeur. Fijne buren heeft ze, jonge mensen die ze kan bellen als er iets is. Ze heeft alles geregeld. 'Je moet wel, als je helemaal alleen bent.'

Tekst en beeld: Julie Blik / FACESTORIES



Kijk naar Lidy schaatsend en pratend: https://nos.nl/video/2417340-stoppelman-verbleef-geregeld-in-davos-voor-trainingsweken

https://nos.nl/video/2417340-stoppelman-verbleef-geregeld-in-davos-voor-trainingsweken

Wat een voorrecht om Jessica Durlacher eindelijk te ontmoeten 💫In haar warme ‘schrijvershuis’ spraken we lang – over Isr...
13/11/2025

Wat een voorrecht om Jessica Durlacher eindelijk te ontmoeten 💫
In haar warme ‘schrijvershuis’ spraken we lang – over Israël, over joods zijn in deze tijd, en over alles wat het leven verder brengt.

Omdat Jessica afgelopen zondag een indrukwekkende lezing gaf in de Portugese Synagoge bij de herdenking van , deel ik op Facebook (FACESTORIES / Julie Blik) haar volledige, aangrijpende tekst.
Een verhaal dat diepe indruk maakt en helaas actueler voelt dan ooit.

📸 Foto: Julie Blik / FACESTORIES

Wat kan ik zeggen? Ik was verrukt om Jessica eindelijk te ontmoeten! Een echt gezellig 'schrijvershuis' waar we heerlijk...
12/11/2025

Wat kan ik zeggen? Ik was verrukt om Jessica eindelijk te ontmoeten! Een echt gezellig 'schrijvershuis' waar we heerlijk met elkaar konden praten en dat ging natuurlijk ook veel over Israël, Joods zijn in deze tijd en andere (misschien wel leukere) onderwerpen. Omdat Jessica afgelopen zondag een prachtige lezing gaf in de Portugese Synagoge naar aanleiding van de herdenking van de , leek het me mooi haar woorden hier te plaatsen in plaats van de gebruikelijke FACESTORIES tekst.

Net na de uitnodiging voor deze lezing vond ik in ons ouderlijk huis onlangs een rolletje met negatieven waarop tot mijn verbazing Kristallnacht Baden Baden stond. Ik heb ze meteen bij Het Kruidvat laten ontwikkelen – u kunt een paar afdrukken terugvinden in de folder.
Pas na wat onderzoek heb ik begrepen wat ik er eigenlijk op aantrof.
Die lange rij mensen op de fotos, dat waren de joden van Baden Baden, die onder dwang uit hun huizen waren gehaald en door de stad moesten marcheren. Sommigen met bordjes vóór met spottende teksten of davidsterren. Bekeken door hun stadgenoten tussen wie ze tot die tijd gerespecteerde posities hadden bekleed, met wie ze zaken hadden gedaan. Mede door diezelfde stadgenoten werden ze nu gedwongen om in hun synagoge teksten uit Mein Kampf voor te lezen. Terwijl de SA (de Sturm Abteilung) én burgers voor hun ogen hun heilige boeken en voorwerpen vernietigden - en daarna de synagoge lieten branden - moesten ze het Horst Wessellied zingen, het n**i lied.
De plaatselijke brandweer die ter plekke was moest er wél voor zorgen dat het vuur niet oversloeg, op gebouwen van niet-joden, maar kreeg het pertinente verbod om het te blussen.
Verder werden joodse winkels en familiebedrijven van joden leeggeroofd en vernield, joodse mannen mishandeld en gearresteerd. Een van hen stierf. Veertig van hen werden naar een concentratiekamp gestuurd.

Sinds 1988 staat er in het hart van Baden Baden een stenen gedenkzuil ter herinnering aan die nacht, 10 november 1938.

Baden Baden is de stad waar mijn vader werd geboren en tot zijn negende woonde.
Een jaar voor Kristallnacht was het hem en zijn familie gelukt naar Nederland te vluchten. Na Kristallnacht (of eigenlijk: nachten) probeerde bijna elke joodse familie die nog in Duitsland woonde weg te komen. Mijn grootouders hebben meteen na die nacht hemel en aarde bewogen om de zus van mijn oma uit de stad te krijgen.
Tot die nacht waren er zelfs nog joden geweest die huizen hadden durven kopen in de mondaine en internationaal georienteerde stad met zijn kuuroord, zoveel vertrouwen had men zelfs toen nog dat de terreur wel weer zou overwaaien.
Kristallnacht was het keerpunt waarbij bij iedere jood de laatste restjes schellen van de ogen vielen.

Slechts heel weinigen overleefden het vernietigingsprogramma van de n**i’s. Mijn vader was een van de overlevenden, zijn ouders niet.

De meeste Duitsers vinden Kristallnacht een n**iwoord, politiek incorrect en te mooi met zijn associaties aan sprookjes en glinsterend kristal. De nacht waarop de SA maar vooral gewone Duitsers, honderden synagogen platbrandden, de etalageruiten van 7500 joodse winkels en zaken verbrijzelden, huizen verwoestten, duizenden joden mishandelden … die nacht noemt men in Duitsland liever Pogromnacht of Novemberprogrom. Tegen de vierhonderd joden stierven en minstens 30.000 werden die dagen gedeporteerd naar concentratiekampen.
En omdat de n**i’s in dat verarmde land toch wat bezorgd waren over het effect op de gewone Duitser van de onvoorstelbare kapitaalvernietiging van die nacht, stelden ze de joden er aansprakelijk voor.
Die Juden sind am allem schuld.
Vanaf die nacht (en daarom herdenken we hem ook) was elke twijfel over Hi**ers bedoelingen voorbij.

De n**i’s waren bijzonder begaafd in het vinden van manieren om haat te zaaien. Om oorzaken, aanleidingen, voorwendsels te zoeken die het haast onvermijdelijk, zelfs nobel maakten om zich tegen joden te keren.
Een rustige groep die het goed deed, aan zichzelf genoeg had, andersgelovigen met rust liet, heette gaandeweg de jaren dertig steeds nadrukkelijker anders te zijn, geslepen, boosaardig, levensgevaarlijk, een probleem, een Frage.
Die Judenfrage leek steeds dringender aan een oplossing toe.
Hi**er had de gewone Duitser tijdens Kristallnacht (sic) nog lang niet actief en agressief genoeg gevonden, en liet de film Der ewige Jude maken, waarin joden voorgesteld werden als een groep ratten die ziektes verspreidden.
Heinrich Himmler claimde dat Joodse bolsjewieken 30 miljoen doden op hun geweten hadden,
de beruchte massamoordpartij in Katyn door de Sovjets, waarbij 22.000 Polen stierven, werd in de schoenen van de joden geschoven. Ja zelfs de bombardementen op de Duitse steden, door de geallieerden, waren zogenaamd uitgevoerd door joden.

Met mensen met zoveel genocides op hun naam, die joden, is het niet zo cool om bevriend of loyaal te zijn.

Een van de allerengste dingen van toen (en nu) is wel om te zien hoe gebrekkig het instrumentarium van mensen is om propaganda te herkennen. Hoe ontvlambaar haat, verontwaardiging en uitsluiting zijn, zeker als er al iets smeult, een vertrouwd soort afkeer die je met anderen blijkt te delen, met mensen bij wie je horen wil en die met veel zijn. Een paar zorgvuldig gekozen woorden is dan genoeg om de temperatuur te laten stijgen.
En wat een bevrijding om je dan uit te kunnen leven op de groep die anderen kennelijk ook anders vinden, de groep die je tegenstaat. Ineens mag je.
Je voelt je gesterkt en zuiver: zij zijn fout en intrinsiek slechte mensen, moordenaars, geen mensen zoals jij.

Die openlijke haat en afkeer dimden in Nederland na de oorlog wel íets, al was van authentieke warmte geen sprake. De zichtbare ontreddering onder de joodse bevolking, de vele verdwenen families, de ontelbare verwoeste mensenlevens deden de haat tijdelijk verstommen.

Shoah of Holocaust zijn gaandeweg begrippen geworden naarmate er meer inzicht in de misdaden van de n**i’s kwam – het zijn woorden die jarenlang ontzag en diepe huivering wekten, een scala aan beelden. Ze wisten met hun gedragenheid de zwaarte en de uniciteit ervan enigszins over te brengen, en verankerden zich in het discours van alledag.

Inmiddels lijkt zich daarin een verandering te hebben voltrokken. Voor sommigen die zich identificeren met de pijn in Gaza is het herdenken van de Holocaust moeilijk geworden, een aanleiding om dader- en slachtofferschap te herzien. Kennelijk verdient voor hen het herdenken van de slachtoffers van de Shoah vraagtekens nu er in Gaza zoveel mensen stierven.
Geen conflict heeft de afgelopen decennia zoveel mensen op de been gebracht, en men kan zich afvragen hoe dat komt.
Voor veel mensen blijken de strijders van Hamas verzetsstrijders, Palestijnen slachtoffers, en Israeli’s de nieuwe n**i’s, handzame patronen, verhelderend, easy. Wat een vreemde omkering, wat een hevige emotie.
Het woord genocide in verband met Israël hebben die mensen omarmd, omarmd zoals verhalen soms omarmd worden. Ja, ze hebben toen de joden willen verdelgen, maar nu verdelgen ze zelf, dus geen gezeur meer over de holocaust – die joden zijn net zo erg als n**i’s.
Als het met antisemitisme echt helemaal niets te maken had zouden joodse studenten niet worden uitgesloten en bang gemaakt, zou het woord ‘joden’ niet zo vaak vallen in verband met de oorlog in Israel en Gaza,
zouden antisemitische incidenten niet zo drastisch in aantal zijn toegenomen, zouden joodse professoren (zoals Elena Kantorowicz in Rotterdam) niet worden gecanceld, of kookboekenschrijvers, zoals Yigal Krant,
Israelisch/joodse films niet geweerd, zoals op het IDFA, Israelische filmmakers, hoe links en verbindend ook, hun accreditatie niet worden onthouden, joodse restaurants niet aangevallen.
Joden zelf zouden zich niet zo diep aangetast voelen in hun gevoel van veiligheid, en zich niet dagelijks gedwongen voelen zich te verhouden tot het land waar familie of verre verwanten indertijd respijt vonden voor vervolging en moord. De grens tussen anti-israelisch enthousiasme en jodenhaat is fluïde, een fine line, een explosieve lijn.
Tachtig jaar nadat de ergste pogrom op joden na de tweede wereldoorlog een oorlog ontketende tussen Hamas en het joodse land, lijkt herdenken van de Holocaust erger beladen dan ooit, achterhaald misschien wel, het roept zelfs agressie op. Alsof het een vals beroep op deernis is.
En het nare is dat de weerstand niet tegen de regering van Israel is gericht, die de oorlog voert die zoveel woede oproept, maar tegen het voltallige Israelische volk en allen in de diaspora - omdat die hoe dan ook iets met dat joodse land hebben.
De beklemming die bij het H-woord hoort, Holocaust, lijkt daarbij voor sommigen te hebben afgedaan. Alsof het alleen een woord is waarmee joden anderen grotesk de mond willen snoeren.

Begrijp me goed, de Holocaust mag nooit dienen als chantagemiddel – iets waarmee je elke discussie en dialoog doodslaat. De officiele reactie op de brief die een deel van de joodse gemeenschap uitstuurde, uit verdriet over het schrappen van het Chanoekaconcert, en een fors appèl deed op begrip, verried allergie voor de emotionele argumenten. Maar we hoeven niet eens terug naar de Holocaust om te zien dat het afzeggen van vieringen zoals een chanoekaconcert een nederlaag is.
Het toegeven aan de druk van een dergelijk eventueel protest, dat zijn legitimiteit en bestaansrecht ontleent aan een verbijsterende stroom aan felle eenzijdige propaganda, soundbites en gebrek aan inzicht, is laf en ook gevaarlijk. Een precedent voor ergerere lafheid, en kaalslag uit voorzichtigheid.

De Holocaust was ooit als een toren die ontzag en huiver wekte, een toren van verdriet die eerbied afdwong, en daarmee bescherming bood tegen de haat die eraan ten grondslag had gelegen. De herinnering wist die haat te taboeïseren, een pantser omheen te vormen.
Inmiddels houden we elke herdenking onze adem in, van angst. De bescherming die de symbolen van de deernis bieden is broos geworden, uitstervend als de lichamen van de laatste overlevenden dat zijn. Alsof de jaloezie op het lijden eindelijk zijn kans ziet om zich te ontdoen van wat sommigen kennelijk al heel lang dwarszat.

Afgelopen augustus werd de gedenkzuil voor Kristallnacht (pogromnacht) op de W***y Brandtplatz in Baden Baden, opzettelijk met sokkel en al uit de bodem geramd.

Hopelijk wordt hij hersteld.

Tekst: Jessica Durlacher
Foto: Julie Blik / FACESTORIES

FACESTORIES – Rob Oudkerk (Rob Oudkerk)Tekst en beeld: Julie Blik / FACESTORIESSoms ontmoet je iemand bij wie het gespre...
09/08/2025

FACESTORIES – Rob Oudkerk (Rob Oudkerk)
Tekst en beeld: Julie Blik / FACESTORIES

Soms ontmoet je iemand bij wie het gesprek meteen de diepte ingaat. Mijn ontmoeting met Rob Oudkerk was zo’n moment. Rustig, vriendelijk, maar met een scherp oog voor wat er speelt in Nederland – en met de overtuiging dat je niet stil mag blijven wanneer je onrecht ziet.

Rob maakt zich zorgen over de groeiende intolerantie in ons land. Niet alleen omdat mensen steeds ongemakkelijker en korter van stof lijken te worden, maar vooral omdat we steeds toleranter worden tegenover mensen die zélf intolerant zijn. Denk aan groeperingen of individuen die openlijk homohaat prediken of organisaties die geen ruimte laten voor andersdenkenden. “Wie tolerant is hoort erbij in dit land, maar wie intolerant is hoort er níet bij,” zegt hij.

Hij ziet ook een politieke verschuiving die hem zorgen baart: politici die steeds verder radicaliseren, zowel aan de linker- als rechterkant. “Populisme wordt steeds extremer en salonfähiger. Nederland heeft een sterk midden nodig om problemen op te lossen – niet de uitersten.”

Als Jood en als publieke figuur voelt Rob de plicht om zich uit te spreken tegen antisemitisme en racisme, maar niet vanuit slachtofferschap. “Joodse organisaties moeten hun stem laten horen met kracht en historisch besef over hoe belangrijk de Joodse gemeenschap voor Nederland is – cultureel, maatschappelijk, in alle opzichten. Nooit je mond houden.” Zijn drive komt niet uit zijn bekendheid, maar uit zijn familiegeschiedenis. Zijn opa en moeder kwamen op voor wat rechtvaardig was – vaak met risico’s en soms liep het anders – en Rob ziet het als zijn verantwoordelijkheid om dat verzet voort te zetten.

Die missie brengt hij nu ook via de media. Hij maakte documentaires voor Evangelische Omroep (EO) en wil dat vervolgen, gaat volgend jaar eens per twee weken een talkshow op NPO 2 vanuit ‘de Joodse wereld’ presenteren en gebruikt zijn stem in nieuwsprogramma’s om ongemak, intolerantie en racisme aan te kaarten. Zo sprak hij recent (bij SBS 6, Nieuws van de Dag) over een schrijnend incident waarbij een bedrijf weigerde bomen te snoeien bij een synagoge, omdat medewerkers niet voor een Joodse instelling wilden werken. “Stel je voor dat we niet meer bij de Chinees eten omdat China mensenrechten schendt? Die logica klopt toch niet?”

Mijn gesprek met Rob liet me zien hoe belangrijk het is om met open vizier te blijven kijken én te blijven spreken.

Columns van Rob Oudkerk: https://www.eo.nl/rob-oudkerk-dagelijks-op-de-dam

Artikel in Trouw: ‘Uitburgering’ is de kern van de Joodse angst: https://www.trouw.nl/opinie/opinie-uitburgering-is-de-kern-van-de-joodse-angst~bd577484/

Docu EO: Na 7/10, antisemitisme in Nederland: https://npo.nl/start/serie/na-7-10-antisemitisme-in-nederland/seizoen-1/na-7-10-antisemitisme-in-nederland_1

Strijd van Van Gogh blijft urgentDoor Nausicaa Marbe Schrijver in De Telegraaf, 19/1/‘34’Integratie is als jij naar de m...
20/01/2024

Strijd van Van Gogh blijft urgent
Door Nausicaa Marbe Schrijver in De Telegraaf, 19/1/‘34

’Integratie is als jij naar de moskee gaat en mij met rust laat. Maar als je Hirsi Ali aanvalt, val je mijn vrijheid van meningsuiting aan.’ Dit zei Theo van Gogh tweeëntwintig jaar geleden. De spanning tussen het secularisme dat iedereen ruimte geeft en het islamisme dat vrijheden verwurgt was knap verwoord. Hirsi Ali is uit Nederland weggejaagd, Van Gogh is twintig jaar geleden afgeslacht door een moslimfundamentalist. Maar zijn analyses en waarschuwingen zijn nog steeds geldig. Zijn gelijk leeft voort.

Ik moest afgelopen week vaak aan hem denken. Allereerst door het verschijnen van zijn voortreffelijke biografie: De bolle Gogh, een pageturner geschreven door historicus Jaap Cohen. Daarin herleeft niet alleen de gepassioneerde, moedige Theo, maar ook de tijd waarin hij op zijn onnavolgbare wijze streed tegen het islamisme, dat door het culturele en bestuurlijke establishment eerder geaccepteerd dan bevochten werd. Zijn missie wordt helder beschreven: „Voor Theo was het duidelijk: de islamitische gemeenschap in Nederland werd beheerst door extremisten die hun gematigde geloofsgenoten in de greep hielden. Zolang zij zich bleven beroepen op intolerante Koranteksten die ingaan tegen de zo zwaarbevochten westerse vrijheden had het geen enkele zin met hen in gesprek te gaan; fel weerwoord bieden was volgens Theo de enige optie.”

Provocatie

Vandaag brengt het nieuws doorlopend voorbeelden van wat Van Gogh vurig bestreed. Ook daarom dacht ik afgelopen week aan hem. Bij Nieuwsuur reageerde een vertegenwoordiger van het Contactorgaan Moslims en Overheid (CMO) over de koranverbranding door een onverlaat van Pegida. De meneer van het CMO vond dit een provocatie die wettelijk verboden moest worden, want waar gingen we naartoe als provocaties zijn toegestaan?

Op zulke momenten zou je willen dat Van Gogh, provocateur pur sang, nog in leven was om hiertegen tekeer te gaan. Iemand moet in dit klimaat waarin bestuurders te pas en onpas aankomen met ’islamofobie’, weer uitleggen waarom provocatie nodig is. Provocatie leidt tot verandering van perspectief, tot doordenken, scherper, creatiever, vernieuwend of juist tot een betere verdediging van wat niet stuk mag. Van de wetenschap tot de kunst, van de thuissituatie tot de hoogste politieke regionen: provocatie brengt je verder. Soms is de provocatie onsmakelijk en pijnlijk. Naar, maar er bestaat geen recht op onschendbaarheid voor ideeën. Geen enkele religie, geen enkele groep moet beschermd worden tegen provocatie. In de vrije wereld is weerbaar zijn een burgerplicht. Anders komt er geen einde aan intolerant gebrul van gekwetsten om het hoogste gelijk. Dit was ooit common sense in een liberale democratie, vandaag zijn het controversiële gedachten.

Gruwel

De meneer van het CMO wil zijn gevoeligheid verheffen tot wet voor heel Nederland. Een gruwel. Er zijn nieuwe Van Goghs nodig om de strijd van Theo voort te zetten.

Nog iets waar Van Gogh dol op was: het ontmaskeren van de dubbele moraal van islamitische eisers van privileges en hun serviele dienaars in de samenleving. Over hypocrisie gesproken: een koranverbranding is voor moslims een provocatie die verboden moet worden, maar honderd dagen demonstraties van agressief schreeuwende hordes die steun betuigen aan de terroristen van Hamas zijn dat niet? De uitgebrulde genocideleus, het uitroepen van de intifada op de Vrije Universiteit in Amsterdam, de overname van IS-kreten tijdens Gaza-acties, de fysieke en verbale aanvallen op Joden, vindt het CMO en velen met hen vast ’gerechtigheid.’ Zij die het hardst schreeuwen om islamitische belangen wettelijk veilig te stellen, hebben geen greintje empathie voor de groepen die zijzelf provoceren en besmeuren.

Deze week is op het nippertje een islamitische haatprediker uit Australië de toegang tot Nederland ontzegd. Deze Mohamed Hoblos zou in de Utrechtse Jaarbeurs komen preken dat moslims die de daden van Hamas niet steunen, verraders zijn. En hij had nog meer antisemitische en anti-westerse geweldsverheerlijking op z’n repertoire. Maak niet de fout om te denken dat hier een provocateur de mond is gesnoerd. Dit is een opruier, die gelovigen op hun geweten aanspreekt als ze geen geweld steunen en gebruiken. Een gifbom die leegloopt in de samenleving. Zijn optreden was volledig uitverkocht. Als dat geen bewijs is van het gelijk van Van Gogh in gesprek met Job Cohen in 2002, dan weet ik het ook niet meer. Dit zei hij: „We hebben in Nederland een paard van Troje binnengehaald met honderdduizenden moslims die al onze normen en waarden verwerpen en die Nederland haten.”

Geloofsdwang

Je verzet je tegen deze gedachte, omdat je in een evenwichtigere en vrijere samenleving wil geloven. Je weet dat veel moslims niet alleen uit het paard gestapt zijn, maar ook uit het fundamentalisme of uit het geloof zelf. Dat ze meer verzet tegen geloofsdwang aandurven dan in 2000. Maar dat neemt niet weg dat Hoblos uitverkochte zalen trekt. Dat de gruwelijke misdaden van Hamas vergoelijkend overschreeuwd worden met Jodenhaat, dat de steun aan terroristen pijnlijk groot is en dat doorlopende haatdemonstraties toegestaan zijn door burgemeesters die zich laten intimideren (’de-escalatie’ heet de nieuwe onderwerping). En dan besef je weer dat alles waar Theo van Gogh voor stond nog steeds brandend actueel is. Zijn woordenstrijd voor de vrijheid is nog lang niet gestreden.

Portret van actrice Sam GhilaneFoto:                                      
08/06/2023

Portret van actrice Sam Ghilane
Foto:          

Actrice Sam Ghilane (van o.a. Tv-serie Oogappels)Foto: Julie Blik Fotografie / FACESTORIES2021
03/06/2023

Actrice Sam Ghilane (van o.a. Tv-serie Oogappels)

Foto: Julie Blik Fotografie / FACESTORIES
2021

Komend weekend draait Steve Rachmad op het gezelligste festival komm schon Alter, hier een portret van hem gemaakt in 20...
24/05/2023

Komend weekend draait Steve Rachmad op het gezelligste festival komm schon Alter, hier een portret van hem gemaakt in 2015 voor FACESTORIES.

‘Met pijn in mijn hart ben ik van vinyl afgestapt’

Hij danst alleen maar achter de draaitafel, verder hoeft het niet zo voor Steve Rachmad. Als jongetje al enigszins aan zijn lot overgelaten, heeft hij vroeg op eigen benen leren staan. Zonder moeder opgroeien is een verdrietige, zware start voor een kind. Maar Steve vluchtte al gauw in de muziek, de wereld waar hij zich veilig en vertrouwd voelde. Ja voelde, het gaat puur om gevoel, hij kan zich niet voorstellen dat er een andere drijfveer is om met muziek bezig te zijn. Zijn absolute gehoor heeft hem geholpen bij het spelen op de toetsen, wat hij volop doet in zijn studio. Hij probeert zo divers mogelijk te werken, techno, house, 80s disco, en wat hem maar uitkomt. En juist omdat het om het gevoel gaat, wil hij live draaien, dan kunnen mensen voelen en zien en horen, de muziekbeleving is zoveel meer dan alleen het geluid. Van MP3’s moet hij niet zoveel hebben, de kwaliteit valt zo tegen, je verliest zoveel lagen. Hij zou nog wel met platen willen werken, maar dat is een gedoe. Vooral omdat clubs het vaak niet goed regelen waardoor er teveel stress bij komt kijken. Met pijn in zijn hart is hij afgestapt van vinyl. Vroeger was dat heerlijk draaien, Steve begon zijn carrière in de Roxy, later werd zijn pseudoniem Sterac en momenteel draait hij regelmatig in steden als Tokyo, New York, Berlijn, Tel Aviv of op Ibiza. Zijn geliefde reist meestal mee, daardoor voelt hij zich niet eenzaam en verdraagt hij het onderweg zijn. Hij vindt het fijn om in Amsterdam te draaien, zodat hij gewoon ‘thuis’ kan zijn. Hij geniet van zijn huis, al is zijn uitzicht tegenwoordig niet meer vrij. Uit elke hoek van zijn woonkamer is de grootste moskee van Amsterdam te zien. Of hij daar last van heeft? Ach, hij heeft niet zoveel met religie. Als kind zat hij op een rooms-katholieke school. ‘Dan krijg je als vierjarig kind te horen dat je overleden moeder in het hiernamaals leeft.’ Dat helpt niet. Maar de muziek gelukkig wel. Altijd.

Tekst: Ariella Kornmehl
Foto: Julie Blik Fotografie
Augustus 2015

Adres

Haarlem

Telefoon

06-14740603

Website

Meldingen

Wees de eerste die het weet en laat ons u een e-mail sturen wanneer FACESTORIES nieuws en promoties plaatst. Uw e-mailadres wordt niet voor andere doeleinden gebruikt en u kunt zich op elk gewenst moment afmelden.

Delen