08/01/2026
🟢🟡In vervolg op de post van gisteren:
🟢Henri Prins uit Oosterzee (Fr.) is gepensioneerd onderzoeker aan de Wageningen University & Research (WUR).
Hieronder een uiteenzetting uit twee rapporten, bijlage II:
🟡De Veluwe als toetssteen Ecologische monitoring als fundament voor natuurbeleid van Henri Prins en
🟡Het rapport Natuurmonitoring als alternatief voor het stikstofreductiebeleid van Henri Prins, Joost Schepel en Allard Andela.
🟢De Veluwe zou er slecht aan toe zijn en zwaar lijden onder stikstof. Dat is echter wat de modellen zeggen. In werkelijkheid laat zeventig procent van de ruim duizend bodemmetingen door gerenommeerde laboratoria geen verzuring of overmatige stikstofverrijking van de bodem zien. Slechts 12 procent wijst op sterke verzuring of stikstofverrijking. Dat vraagt aandacht, maar rechtvaardigt niet het beeld van een natuurgebied dat in zijn geheel ‘zwaar lijdt’.
🟢Henri Prins zet 't op een rij:
🟡Metingen volgens het officiële Natura 2000-monitoringsprotocol laten zien dat de Veluwe er ecologisch beter voorstaat dan het huidige beleidsbeeld suggereert. Dat staat op gespannen voet met het oordeel van de Ecologische Autoriteit, die stelt dat het gebied zwaar lijdt onder stikstof, verdroging en verzuring.
Dit verschil tussen meten en rekenen is geen detail: het heeft directe gevolgen voor vergunningverlening, natuurbeheer en beleid. Conclusie weegt zwaar.
🟡De Ecologische Autoriteit noemt de Veluwe ‘het grootste aaneengesloten stikstofgevoelige natuurgebied van Nederland dat zwaar lijdt.’ Dat oordeel is grotendeels gebaseerd op AERIUS- berekeningen van stikstofdepositie en in veel mindere mate op feitelijke ecologische metingen.
🟡Juist omdat die conclusie zo zwaar weegt in bestuurlijke en juridische besluiten, heb ik het beeld getoetst aan het officiële Natura 2000-monitoringsprotocol: 70% van de ruim duizend bodemmetingen door gerenommeerde laboratoria laat geen verzuring of overmatige stikstofverrijking van de bodem zien.
Slechts 12 procent wijst op sterke verzuring of stikstofverrijking.
🟡Dat vraagt aandacht, maar rechtvaardigt niet het beeld van een natuurgebied dat in zijn geheel ‘zwaar lijdt’.
🟡Ook andere officieel vastgestelde indicatoren wijzen op een overwegend stabiele ecologische toestand. Typische soorten, die bepalend zijn voor de staat van instandhouding van habitats, zijn op de Veluwe in voldoende mate aanwezig.
Daarnaast scoren de structuur en ecologische functies van veel habitattypen goed. Deze kenmerken bepalen de veerkracht van ecosystemen en reageren op het samenspel van beheer, hydrologie en bodem, niet op één enkele drukfactor.
🟡Een vergelijkbaar beeld zien we bij Vogel- en Habitatrichtlijnsoorten. In de Natuurdoelanalyse werden elf soorten genoemd waarvoor stikstof een mogelijke drukfactor zou zijn.
Voor zeven daarvan werd gesteld dat de instandhoudingsdoelen zonder ingrijpende maatregelen nauwelijks haalbaar waren. Twee jaar later blijkt het beeld gunstiger.
🟡Volgens recente tellingen van SOVON telt de Veluwe inmiddels 100 á 120 paren Wespendieven, bijlage III, waarmee het doel is gehaald.
🟡Ook de Zwarte Specht, bijlage IV, presteert beter dan verwacht, met circa 490 paren bij een doel van meer dan 400.🟡Voor de Draaihals, bijlage V, gold een hervestigingsdoel, dat met minstens 220 paren eveneens is bereikt.
🟡Metingen vragen herijking beleid:
Deze resultaten betekenen niet dat stikstof geen rol speelt, maar wel dat de invloed ervan minder uniform en minder doorslaggevend is dan vaak wordt aangenomen. Zowel habitats als richtlijnsoorten staan er beter voor dan eerdere analyses en het oordeel van de Ecologische Autoriteit doen vermoeden.
🟡Dat roept de vraag op wat dit betekent voor natuurbeleid en natuurbeheer. In de gezondheidszorg is het vanzelfsprekend om eerst te meten, vervolgens een diagnose te stellen, daarna oorzaken te analyseren en pas dan te behandelen, met voortdurende controle achteraf. Artsen baseren hun besluiten op waarnemingen, niet uitsluitend op risicomodellen.
🟡Diezelfde logica zou ook voor Natura 2000-gebieden moeten gelden. Wanneer monitoring laat zien dat de natuur stabiel is of verbetert, is ingrijpen niet nodig. Als er wel achteruitgang wordt vastgesteld, vraagt dat eerst om een lokale oorzaakanalyse.
Stikstof kan daarbij een factor zijn, maar ook waterhuishouding, beheer, verstoring of successie spelen vaak een rol. Pas daarna kan worden bepaald welke maatregelen effectief en proportioneel zijn, gevolgd door monitoring om te beoordelen of zij werken.
🟡De Veluwe laat zien wat er gebeurt, wanneer metingen en berekeningen uit elkaar lopen. Dat vraagt niet om minder bescherming, maar om preciezere, gebiedsgerichte en beter onderbouwde keuzes, met monitoring als vertrekpunt.
Ongehoord Nederland TV
Nederland dicht de maat is vol
Zeg NEE tegen een AZC in Venlo!
Blauw Wit Rood Nederland in NOOD
Nederland Weer Vrij
Azc Weg Ermee
Nederland Zegt Nee Tegen AZC
Handelspoort 1 is niet de juiste locatie voor een AZC
Rechts Geluid Helmond
De Vaderlander
Handelspoort 1 is niet de juiste locatie voor een AZC
Arnhemse politiek