30/04/2026
Broedplaats voor vreemde vogels (en waarom dat precies is wat we nodig hebben)
Sommige plekken voel je meteen. Alsof je er al eens bent geweest, zonder dat dat zo is. Alsof er iets in de lucht hangt dat moeilijk uit te leggen is, maar wél blijft hangen. Het Dagelijks Bestaan is zo’n plek. Ik zit aan tafel met Ingrid Enderink en haar zoon Jordy ten Wolde. Buiten wordt er gelachen, voor ons rijdt een tuk-tuk de plantenkas binnen, en in de keuken wordt soep geroerd. Veel soep. Want hier koken ze niet een pannetje voor zichzelf, hier koken ze voor een stad.
Niet rijk worden
Ingrid begint. Ze praat niet in grote woorden, maar in iets wat daaronder zit overtuiging. Zeventien jaar geleden begon ze hier als vrijwilliger, vanuit wat ze zelf een “hartsverlangen” noemt. Jongeren die dreigden af te haken, weer een plek geven. Niet ergens buiten de samenleving, maar er middenin. Met mensen. Met ritme. Met betekenis. En dat is gelukt, al ging dat niet zonder slag of stoot. Verhuizingen, brand, financiële stress. Alles kwam voorbij. “Als ik uitreken wat ik hier per uur heb verdiend, kom ik misschien op vijf euro,” zegt ze lachend. Maar rijk word je hier op een andere manier. Alles wat binnenkomt, gaat terug de plek in. Naar zorg. Naar mensen. En inmiddels is het allang niet meer alleen een plek voor jongeren. Het is uitgegroeid tot iets groters. Iets dat leeft.
Soep als startpunt
Drie jaar geleden, midden in de energiecrisis, besloten ze soep te gaan koken. Gewoon, omdat het nodig was. Inmiddels gaan er zo’n 600 maaltijden per maand de deur uit, voor mensen in Zutphen die het financieel moeilijk hebben. Maar die soep blijkt meer te zijn dan eten. Het is een ingang. Want als je wekelijks bij mensen over de vloer komt, zie je dingen. Een tuin die overwoekert. Een huishouden dat vastloopt. Een leven dat even hulp kan gebruiken. En dus ontstond er iets nieuws: klussen, helpen, opknappen. Met een busje, een paar kratten bloemen en vooral: aandacht. “Vaak is een beetje lucht en licht al genoeg,” zegt Ingrid. En dat is misschien wel de kern van alles wat hier gebeurt.
Van ‘ik ga hier nooit werken’ naar ‘ik blijf’
Dan Jordi. Groepsleider. Ooit degene die dacht: dit ga ik dus niet doen. Te dichtbij, te veel familie, te weinig van hemzelf. Tot hij hier toch instapte. Eerst een beetje. Weekenddiensten. Een klusdag. En toen gebeurde er iets wat je niet kunt plannen: mensen begonnen op hem te leunen. Jongeren vroegen: “Je gaat toch niet weg?” En ergens daar kantelde het. “Ik dacht: sh*t… ik begin het leuk te vinden.” Wat hem raakte? Dat je hier gewoon jezelf mag zijn. Met alles erop en eraan. Zijn ADHD? Geen probleem, eerder een kracht. Iets wat verbinding brengt. Herkenning. Humor. Hier noemen ze het een “broedplaats voor vreemde vogels”. En dat is geen grap. Het is een geuzennaam. “Terwijl we eigenlijk gewoon doodnormaal zijn,” zegt hij. “Alleen een beetje anders.”
Geen systeem. Of juist wel?
Wat deze plek bijzonder maakt, is dat er geen strak systeem lijkt te zijn. Geen dichtgetimmerde protocollen. Geen vaste routes. En toch werkt het. Sterker nog: de mensen zijn het systeem. Iedereen draagt iets bij. De één bakt brood voor tachtig man. De ander bezorgt soep en maakt een praatje. Weer iemand anders bewaakt de grenzen (“we zijn geen Thuisbezorgd”). En samen vormt dat een soort levend organisme. Een beetje zoals een bijenvolk, zegt Ingrid. Het zwermt, beweegt, verandert. Soms chaotisch. Altijd levend. En ja, dat is kwetsbaar. Want vrijwilligers komen en gaan. Budgetten zijn onzeker. De toekomst is nooit helemaal uitgestippeld. Maar misschien zit daar juist de kracht.
Hier hoef je niks (behalve er zijn)
Wat misschien nog wel het meest schuurt met hoe we dingen normaal organiseren: hier wordt bijna niks van je verwacht. Je mag komen. Of niet. Je mag meedoen. Of gewoon op de bank zitten en haken. Echt waar. “Er zijn mensen die hier alleen maar zijn,” zegt Ingrid. “En dat is genoeg.” En juist doordat die druk er niet is, gebeurt er iets anders. Mensen blijven. Groeien. Vinden langzaam hun plek. Soms duurt dat een jaar. Soms twee. Soms helemaal niet. Maar het mag. En dat is zeldzaam.
Alles is in beweging
Als ik vraag naar de toekomst, haalt Ingrid haar schouders op. Niet uit onverschilligheid, maar uit vertrouwen. “We zien wel wat er komt.” Natuurlijk zijn er zorgen. Geld. Continuïteit. Groei. Hoe houd je dit vol zonder het kapot te organiseren? Maar ondertussen gaat het gewoon door. Elke dinsdag weer soep. Elke week weer mensen. Elke dag weer iets dat ontstaat. Misschien is dat wel het meest hoopvolle aan deze plek: dat het niet perfect hoeft te zijn om te werken. Dat het soms genoeg is om er gewoon te zijn. Samen. Een beetje rommelig, een beetje kwetsbaar, maar echt. En eerlijk? Dat voelt als precies wat we nodig hebben.
Frank Mossink
𝘐𝘯 𝘥𝘪𝘵 𝘯𝘪𝘦𝘶𝘸𝘦 𝘣𝘭𝘰𝘨 𝘮𝘦𝘵 𝘥𝘦 𝘯𝘢𝘢𝘮 𝘡𝘶𝘵𝘴𝘦𝘯𝘴 𝘥𝘶𝘪𝘬 𝘪𝘬 𝘪𝘯 𝘥𝘦 𝘻𝘪𝘯 é𝘯 𝘰𝘯𝘻𝘪𝘯 𝘷𝘢𝘯 𝘥𝘦 𝘴𝘵𝘢𝘥: 𝘸𝘢𝘵 𝘴𝘵𝘳𝘰𝘰𝘮𝘵, 𝘸𝘢𝘵 𝘴𝘤𝘩𝘶𝘶𝘳𝘵 𝘦𝘯 𝘸𝘢𝘢𝘳 𝘸𝘦𝘭 𝘸𝘢𝘵 𝘮𝘦𝘦𝘳 𝘣𝘦𝘸𝘦𝘨𝘪𝘯𝘨 𝘪𝘯 𝘮𝘢𝘨 𝘬𝘰𝘮𝘦𝘯. 𝘝𝘢𝘯𝘶𝘪𝘵 𝘮𝘪𝘫𝘯 𝘦𝘪𝘨𝘦𝘯 𝘱𝘦𝘳𝘴𝘱𝘦𝘤𝘵𝘪𝘦𝘧 𝘯𝘦𝘦𝘮 𝘪𝘬 𝘫𝘦 𝘮𝘦𝘦 𝘭𝘢𝘯𝘨𝘴 𝘩𝘦𝘳𝘬𝘦𝘯𝘣𝘢𝘳𝘦, 𝘷𝘦𝘳𝘳𝘢𝘴𝘴𝘦𝘯𝘥𝘦 𝘦𝘯 𝘴𝘰𝘮𝘴 𝘨𝘦𝘸𝘰𝘰𝘯 𝘨𝘳𝘢𝘱𝘱𝘪𝘨𝘦 𝘡𝘶𝘵𝘱𝘩𝘦𝘯𝘴𝘦 𝘷𝘦𝘳𝘩𝘢𝘭𝘦𝘯. 𝘖𝘰𝘬 𝘨𝘢 𝘪𝘬 𝘪𝘯 𝘨𝘦𝘴𝘱𝘳𝘦𝘬 𝘮𝘦𝘵 𝘮𝘦𝘯𝘴𝘦𝘯 𝘥𝘪𝘦 𝘪𝘦𝘵𝘴 𝘵𝘦 𝘻𝘦𝘨𝘨𝘦𝘯 𝘩𝘦𝘣𝘣𝘦𝘯 𝘦𝘯 𝘩𝘶𝘯 𝘣𝘭𝘪𝘬 𝘰𝘱 𝘥𝘦 𝘴𝘵𝘢𝘥 𝘸𝘪𝘭𝘭𝘦𝘯 𝘥𝘦𝘭𝘦𝘯.