Zutsens

Zutsens Wat gebeurt er écht in Zutphen? In dit blog duik ik in de zin én onzin van de stad: wat stroomt, wat schuurt en waar wel wat beweging in mag komen.

Vanuit mijn perspectief neem ik je mee langs herkenbare, verrassende en soms grappige Zutphense verhalen.

Broedplaats voor vreemde vogels (en waarom dat precies is wat we nodig hebben)Sommige plekken voel je meteen. Alsof je e...
30/04/2026

Broedplaats voor vreemde vogels (en waarom dat precies is wat we nodig hebben)
Sommige plekken voel je meteen. Alsof je er al eens bent geweest, zonder dat dat zo is. Alsof er iets in de lucht hangt dat moeilijk uit te leggen is, maar wél blijft hangen. Het Dagelijks Bestaan is zo’n plek. Ik zit aan tafel met Ingrid Enderink en haar zoon Jordy ten Wolde. Buiten wordt er gelachen, voor ons rijdt een tuk-tuk de plantenkas binnen, en in de keuken wordt soep geroerd. Veel soep. Want hier koken ze niet een pannetje voor zichzelf, hier koken ze voor een stad.

Niet rijk worden
Ingrid begint. Ze praat niet in grote woorden, maar in iets wat daaronder zit overtuiging. Zeventien jaar geleden begon ze hier als vrijwilliger, vanuit wat ze zelf een “hartsverlangen” noemt. Jongeren die dreigden af te haken, weer een plek geven. Niet ergens buiten de samenleving, maar er middenin. Met mensen. Met ritme. Met betekenis. En dat is gelukt, al ging dat niet zonder slag of stoot. Verhuizingen, brand, financiële stress. Alles kwam voorbij. “Als ik uitreken wat ik hier per uur heb verdiend, kom ik misschien op vijf euro,” zegt ze lachend. Maar rijk word je hier op een andere manier. Alles wat binnenkomt, gaat terug de plek in. Naar zorg. Naar mensen. En inmiddels is het allang niet meer alleen een plek voor jongeren. Het is uitgegroeid tot iets groters. Iets dat leeft.

Soep als startpunt
Drie jaar geleden, midden in de energiecrisis, besloten ze soep te gaan koken. Gewoon, omdat het nodig was. Inmiddels gaan er zo’n 600 maaltijden per maand de deur uit, voor mensen in Zutphen die het financieel moeilijk hebben. Maar die soep blijkt meer te zijn dan eten. Het is een ingang. Want als je wekelijks bij mensen over de vloer komt, zie je dingen. Een tuin die overwoekert. Een huishouden dat vastloopt. Een leven dat even hulp kan gebruiken. En dus ontstond er iets nieuws: klussen, helpen, opknappen. Met een busje, een paar kratten bloemen en vooral: aandacht. “Vaak is een beetje lucht en licht al genoeg,” zegt Ingrid. En dat is misschien wel de kern van alles wat hier gebeurt.

Van ‘ik ga hier nooit werken’ naar ‘ik blijf’
Dan Jordi. Groepsleider. Ooit degene die dacht: dit ga ik dus niet doen. Te dichtbij, te veel familie, te weinig van hemzelf. Tot hij hier toch instapte. Eerst een beetje. Weekenddiensten. Een klusdag. En toen gebeurde er iets wat je niet kunt plannen: mensen begonnen op hem te leunen. Jongeren vroegen: “Je gaat toch niet weg?” En ergens daar kantelde het. “Ik dacht: sh*t… ik begin het leuk te vinden.” Wat hem raakte? Dat je hier gewoon jezelf mag zijn. Met alles erop en eraan. Zijn ADHD? Geen probleem, eerder een kracht. Iets wat verbinding brengt. Herkenning. Humor. Hier noemen ze het een “broedplaats voor vreemde vogels”. En dat is geen grap. Het is een geuzennaam. “Terwijl we eigenlijk gewoon doodnormaal zijn,” zegt hij. “Alleen een beetje anders.”

Geen systeem. Of juist wel?
Wat deze plek bijzonder maakt, is dat er geen strak systeem lijkt te zijn. Geen dichtgetimmerde protocollen. Geen vaste routes. En toch werkt het. Sterker nog: de mensen zijn het systeem. Iedereen draagt iets bij. De één bakt brood voor tachtig man. De ander bezorgt soep en maakt een praatje. Weer iemand anders bewaakt de grenzen (“we zijn geen Thuisbezorgd”). En samen vormt dat een soort levend organisme. Een beetje zoals een bijenvolk, zegt Ingrid. Het zwermt, beweegt, verandert. Soms chaotisch. Altijd levend. En ja, dat is kwetsbaar. Want vrijwilligers komen en gaan. Budgetten zijn onzeker. De toekomst is nooit helemaal uitgestippeld. Maar misschien zit daar juist de kracht.

Hier hoef je niks (behalve er zijn)
Wat misschien nog wel het meest schuurt met hoe we dingen normaal organiseren: hier wordt bijna niks van je verwacht. Je mag komen. Of niet. Je mag meedoen. Of gewoon op de bank zitten en haken. Echt waar. “Er zijn mensen die hier alleen maar zijn,” zegt Ingrid. “En dat is genoeg.” En juist doordat die druk er niet is, gebeurt er iets anders. Mensen blijven. Groeien. Vinden langzaam hun plek. Soms duurt dat een jaar. Soms twee. Soms helemaal niet. Maar het mag. En dat is zeldzaam.

Alles is in beweging
Als ik vraag naar de toekomst, haalt Ingrid haar schouders op. Niet uit onverschilligheid, maar uit vertrouwen. “We zien wel wat er komt.” Natuurlijk zijn er zorgen. Geld. Continuïteit. Groei. Hoe houd je dit vol zonder het kapot te organiseren? Maar ondertussen gaat het gewoon door. Elke dinsdag weer soep. Elke week weer mensen. Elke dag weer iets dat ontstaat. Misschien is dat wel het meest hoopvolle aan deze plek: dat het niet perfect hoeft te zijn om te werken. Dat het soms genoeg is om er gewoon te zijn. Samen. Een beetje rommelig, een beetje kwetsbaar, maar echt. En eerlijk? Dat voelt als precies wat we nodig hebben.

Frank Mossink

𝘐𝘯 𝘥𝘪𝘵 𝘯𝘪𝘦𝘶𝘸𝘦 𝘣𝘭𝘰𝘨 𝘮𝘦𝘵 𝘥𝘦 𝘯𝘢𝘢𝘮 𝘡𝘶𝘵𝘴𝘦𝘯𝘴 𝘥𝘶𝘪𝘬 𝘪𝘬 𝘪𝘯 𝘥𝘦 𝘻𝘪𝘯 é𝘯 𝘰𝘯𝘻𝘪𝘯 𝘷𝘢𝘯 𝘥𝘦 𝘴𝘵𝘢𝘥: 𝘸𝘢𝘵 𝘴𝘵𝘳𝘰𝘰𝘮𝘵, 𝘸𝘢𝘵 𝘴𝘤𝘩𝘶𝘶𝘳𝘵 𝘦𝘯 𝘸𝘢𝘢𝘳 𝘸𝘦𝘭 𝘸𝘢𝘵 𝘮𝘦𝘦𝘳 𝘣𝘦𝘸𝘦𝘨𝘪𝘯𝘨 𝘪𝘯 𝘮𝘢𝘨 𝘬𝘰𝘮𝘦𝘯. 𝘝𝘢𝘯𝘶𝘪𝘵 𝘮𝘪𝘫𝘯 𝘦𝘪𝘨𝘦𝘯 𝘱𝘦𝘳𝘴𝘱𝘦𝘤𝘵𝘪𝘦𝘧 𝘯𝘦𝘦𝘮 𝘪𝘬 𝘫𝘦 𝘮𝘦𝘦 𝘭𝘢𝘯𝘨𝘴 𝘩𝘦𝘳𝘬𝘦𝘯𝘣𝘢𝘳𝘦, 𝘷𝘦𝘳𝘳𝘢𝘴𝘴𝘦𝘯𝘥𝘦 𝘦𝘯 𝘴𝘰𝘮𝘴 𝘨𝘦𝘸𝘰𝘰𝘯 𝘨𝘳𝘢𝘱𝘱𝘪𝘨𝘦 𝘡𝘶𝘵𝘱𝘩𝘦𝘯𝘴𝘦 𝘷𝘦𝘳𝘩𝘢𝘭𝘦𝘯. 𝘖𝘰𝘬 𝘨𝘢 𝘪𝘬 𝘪𝘯 𝘨𝘦𝘴𝘱𝘳𝘦𝘬 𝘮𝘦𝘵 𝘮𝘦𝘯𝘴𝘦𝘯 𝘥𝘪𝘦 𝘪𝘦𝘵𝘴 𝘵𝘦 𝘻𝘦𝘨𝘨𝘦𝘯 𝘩𝘦𝘣𝘣𝘦𝘯 𝘦𝘯 𝘩𝘶𝘯 𝘣𝘭𝘪𝘬 𝘰𝘱 𝘥𝘦 𝘴𝘵𝘢𝘥 𝘸𝘪𝘭𝘭𝘦𝘯 𝘥𝘦𝘭𝘦𝘯.

Ik zit aan tafel met Mark van der Horst, een van de eigenaren van Café Hotel de Prins. Drankje voor ons, een lichte chao...
24/04/2026

Ik zit aan tafel met Mark van der Horst, een van de eigenaren van Café Hotel de Prins. Drankje voor ons, een lichte chaos om ons heen, en vooral dat gevoel van: hier gebeurt iets. Iets nieuws. Iets waar mensen hun ziel en zaligheid in stoppen. Niet omdat het moet, maar omdat ze het willen. Want zo begint zijn verhaal eigenlijk ook. Niet strak gepland, niet volgens een businessplan van twintig pagina’s, maar gewoon… het leven dat een paar onverwachte afslagen neemt. Mark komt uit Twente, studeerde economie in Eindhoven, werkte een paar jaar bij de bank en in de verzekeringen. Prima carrièrepad, zou je zeggen. Veilig. Voorspelbaar.

Maar toen kwam Parijs. Voor twee maanden. Dat werden er dertien jaar. En als je hem hoort praten, snap je meteen waarom. Hij is zo iemand die ja zegt voordat hij alle risico’s heeft doorgerekend. Impulsief, zegt hij zelf. Soms pakt het verkeerd uit, maar vaak levert het ook precies datgene op waar je later met een grote glimlach op terugkijkt. Cocktailbars bouwen in Lyon. Hotels runnen in Zuid-Frankrijk. Werken tot diep in de nacht, vijftien uur per dag, colbertjes uit aan het einde van de avond, witte zweetstrepen op je rug van het opgedroogde zout. Hard werken, maar ook: volle bak leven.

En dan komt er zo’n kruispuntmoment. Een relatie. Een keuze. Blijven in Frankrijk en weer een nieuwe baan zoeken, of meegaan met een Nederlandse vrouw terug naar huis en kijken wat het leven daar brengt. Hij koos voor dat laatste. Vijftien jaar later zijn ze nog samen. Een dochter van zes. Soms hoef je achteraf alleen maar te constateren: goede gok geweest. Maar makkelijk was het niet. Terugkomen in Nederland bleek bijna moeilijker dan vertrekken. Een andere mentaliteit, een ander ritme. En vooral: opnieuw je plek vinden. Hij werkte in een sterrenrestaurant, maakte weken van zestig tot zeventig uur en zag hoe tijd voor tijd zich opstapelde tot een berg die je nooit meer inhaalt.

En ergens daar begon het weer te kriebelen. Want hoe je het ook wendt of keert: zijn hart klopt voor de horeca. Voor drukte. Voor mensen. Voor dat moment waarop alles tegelijk gebeurt en jij precies in het midden staat. Hij zegt het zelf het mooist: niet het geld, maar dat ene moment waarop iemand aan het eind van de avond even een knuffel geeft omdat ze een fijne tijd hebben gehad. Daar doe je het voor.

En zo kwam Hotel Café De Prins op zijn pad. Niet als solo-avontuur, maar als vriendenproject. Ontstaan op een plek waar je het niet verwacht: de peuteropvang van hun kinderen. Dat vind ik misschien wel het mooiste detail van dit verhaal. Je denkt dat je via school nieuwe mensen leert kennen voor je kinderen. En ineens blijken die ouders je compagnons te worden. Vrienden. Zakenpartners. Bouwers van een droom. Ze vullen elkaar aan. Waar Mark traditioneel denkt, trekken de anderen hem uit zijn comfortzone.

Meer kleur. Meer lef. Meer eigenheid. Roze muren, knalgroen, knalgeel. Oude kasten uit de jaren zeventig naast moderne elementen. Lampen gemaakt van plastic bekertjes door een gepensioneerde vader met gouden handen. Het resultaat? Een plek die je binnenloopt en denkt: hé, dit voelt anders. Niet chiquer. Niet hipper om het hip zijn. Maar gewoon… warm. Hun idee is eigenlijk verrassend simpel: geen dertien-in-een-dozijn tent. Geen tv’s aan de muur. Geen lawaaiige feestkroeg. Maar een huiskamer voor de stad. Een plek waar je binnenkomt en denkt: hier kan ik even landen. Spelletjes op tafel. Goed eten. Goede wijn. Geen gedoe. En vooral: ruimte voor mensen. Ze werken zoveel mogelijk samen met lokale leveranciers. Brood uit de buurt. Wijn van een lokale kenner. Producten uit de regio. Niet omdat het marketing is, maar omdat het logisch voelt. Samen bouwen aan iets dat groter is dan één zaak.

Wat me raakt in dit gesprek is dat het eigenlijk niet alleen over horeca gaat. Het gaat over betekenis. Over die man die elke vrijdagavond binnenkwam in een cocktailbar in Frankrijk. Geen geld. Schulden. Maar wel een plek waar hij even kon zitten, een glas water kon drinken en zijn hoofd leeg kon maken.
“Daar doe ik het voor,” zegt Mark. Niet voor de omzet. Niet voor de sterren. Maar voor dat moment waarop iemand even kan ademen. En nu staan ze hier in Zutphen. Pas tweeënhalve week open. Nog midden in het bouwen, letterlijk en figuurlijk. Maar het team voelt al als een familie. Jongens en meiden die elkaar net kennen, maar samenwerken alsof ze al jaren samen op het veld staan. Dat is geen strategie. Dat is sfeer.

En ergens hoor je ook een stille wens in zijn verhaal. Geen grote dromen over ketens of expansie. Maar iets veel mooiers. Dat mensen hier straks herinneringen maken. Dat koppels elkaar hier leren kennen. Dat iemand over tien jaar binnenloopt en zegt: “Hier begon het voor ons.” En dat hij dan als oude man aan de bar zit, glimlacht en denkt: ja… dit was het waard.

Frank Mossink

𝘐𝘯 𝘥𝘪𝘵 𝘯𝘪𝘦𝘶𝘸𝘦 𝘣𝘭𝘰𝘨 𝘮𝘦𝘵 𝘥𝘦 𝘯𝘢𝘢𝘮 𝘡𝘶𝘵𝘴𝘦𝘯𝘴 𝘥𝘶𝘪𝘬 𝘪𝘬 𝘪𝘯 𝘥𝘦 𝘻𝘪𝘯 é𝘯 𝘰𝘯𝘻𝘪𝘯 𝘷𝘢𝘯 𝘥𝘦 𝘴𝘵𝘢𝘥: 𝘸𝘢𝘵 𝘴𝘵𝘳𝘰𝘰𝘮𝘵, 𝘸𝘢𝘵 𝘴𝘤𝘩𝘶𝘶𝘳𝘵 𝘦𝘯 𝘸𝘢𝘢𝘳 𝘸𝘦𝘭 𝘸𝘢𝘵 𝘮𝘦𝘦𝘳 𝘣𝘦𝘸𝘦𝘨𝘪𝘯𝘨 𝘪𝘯 𝘮𝘢𝘨 𝘬𝘰𝘮𝘦𝘯. 𝘝𝘢𝘯𝘶𝘪𝘵 𝘮𝘪𝘫𝘯 𝘦𝘪𝘨𝘦𝘯 𝘱𝘦𝘳𝘴𝘱𝘦𝘤𝘵𝘪𝘦𝘧 𝘯𝘦𝘦𝘮 𝘪𝘬 𝘫𝘦 𝘮𝘦𝘦 𝘭𝘢𝘯𝘨𝘴 𝘩𝘦𝘳𝘬𝘦𝘯𝘣𝘢𝘳𝘦, 𝘷𝘦𝘳𝘳𝘢𝘴𝘴𝘦𝘯𝘥𝘦 𝘦𝘯 𝘴𝘰𝘮𝘴 𝘨𝘦𝘸𝘰𝘰𝘯 𝘨𝘳𝘢𝘱𝘱𝘪𝘨𝘦 𝘡𝘶𝘵𝘱𝘩𝘦𝘯𝘴𝘦 𝘷𝘦𝘳𝘩𝘢𝘭𝘦𝘯. 𝘖𝘰𝘬 𝘨𝘢 𝘪𝘬 𝘪𝘯 𝘨𝘦𝘴𝘱𝘳𝘦𝘬 𝘮𝘦𝘵 𝘮𝘦𝘯𝘴𝘦𝘯 𝘥𝘪𝘦 𝘪𝘦𝘵𝘴 𝘵𝘦 𝘻𝘦𝘨𝘨𝘦𝘯 𝘩𝘦𝘣𝘣𝘦𝘯 𝘦𝘯 𝘩𝘶𝘯 𝘣𝘭𝘪𝘬 𝘰𝘱 𝘥𝘦 𝘴𝘵𝘢𝘥 𝘸𝘪𝘭𝘭𝘦𝘯 𝘥𝘦𝘭𝘦𝘯.

𝘌𝘪𝘯𝘥 𝘷𝘰𝘳𝘪𝘨 𝘫𝘢𝘢𝘳 𝘻𝘪𝘫𝘯 𝘷𝘪𝘫𝘧 𝘪𝘯𝘸𝘰𝘯𝘦𝘳𝘴 𝘷𝘢𝘯 𝘡𝘶𝘵𝘱𝘩𝘦𝘯 𝘣𝘦𝘯𝘰𝘦𝘮𝘥 𝘵𝘰𝘵 𝘔𝘦𝘥𝘦 𝘔𝘦𝘯𝘴 2025: 𝘍𝘳𝘢𝘯𝘴 𝘔𝘢𝘯𝘥𝘦𝘳𝘴, 𝘞𝘪𝘦𝘴 𝘏𝘰𝘰𝘨𝘬𝘢𝘮𝘱, 𝘊𝘭𝘢𝘴𝘪𝘦𝘯 𝘉𝘶𝘳𝘬𝘦𝘭𝘴...
23/04/2026

𝘌𝘪𝘯𝘥 𝘷𝘰𝘳𝘪𝘨 𝘫𝘢𝘢𝘳 𝘻𝘪𝘫𝘯 𝘷𝘪𝘫𝘧 𝘪𝘯𝘸𝘰𝘯𝘦𝘳𝘴 𝘷𝘢𝘯 𝘡𝘶𝘵𝘱𝘩𝘦𝘯 𝘣𝘦𝘯𝘰𝘦𝘮𝘥 𝘵𝘰𝘵 𝘔𝘦𝘥𝘦 𝘔𝘦𝘯𝘴 2025: 𝘍𝘳𝘢𝘯𝘴 𝘔𝘢𝘯𝘥𝘦𝘳𝘴, 𝘞𝘪𝘦𝘴 𝘏𝘰𝘰𝘨𝘬𝘢𝘮𝘱, 𝘊𝘭𝘢𝘴𝘪𝘦𝘯 𝘉𝘶𝘳𝘬𝘦𝘭𝘴, 𝘉𝘦𝘯 𝘗𝘦𝘵𝘦𝘳𝘴 𝘦𝘯 𝘊𝘰𝘳𝘳𝘪𝘦 𝘚𝘢𝘵𝘵𝘦𝘳. 𝘋𝘦 𝘣𝘦𝘯𝘰𝘦𝘮𝘪𝘯𝘨 𝘪𝘴 𝘨𝘦𝘦𝘯 𝘱𝘳𝘪𝘫𝘴, 𝘮𝘢𝘢𝘳 𝘦𝘦𝘯 𝘦𝘳𝘬𝘦𝘯𝘯𝘪𝘯𝘨 é𝘯 𝘦𝘦𝘯 𝘢𝘢𝘯𝘮𝘰𝘦𝘥𝘪𝘨𝘪𝘯𝘨: 𝘰𝘮 𝘨𝘰𝘦𝘥 𝘵𝘦 𝘣𝘭𝘪𝘫𝘷𝘦𝘯 𝘥𝘰𝘦𝘯, 𝘢𝘯𝘥𝘦𝘳𝘦𝘯 𝘵𝘦 𝘪𝘯𝘴𝘱𝘪𝘳𝘦𝘳𝘦𝘯 𝘦𝘯 𝘥𝘦 𝘣𝘦𝘸𝘦𝘨𝘪𝘯𝘨 𝘷𝘢𝘯 𝘮𝘦𝘥𝘦𝘮𝘦𝘯𝘴𝘦𝘭𝘪𝘫𝘬𝘩𝘦𝘪𝘥 𝘪𝘯 𝘥𝘦 𝘴𝘵𝘢𝘥 𝘷𝘦𝘳𝘥𝘦𝘳 𝘵𝘦 𝘭𝘢𝘵𝘦𝘯 𝘨𝘳𝘰𝘦𝘪𝘦𝘯. 𝘝𝘢𝘯𝘥𝘢𝘢𝘨 𝘭𝘦𝘳𝘦𝘯 𝘸𝘦 éé𝘯 𝘷𝘢𝘯 𝘩𝘦𝘯 𝘯𝘢𝘥𝘦𝘳 𝘬𝘦𝘯𝘯𝘦𝘯. 𝘋𝘦𝘻𝘦 𝘥𝘦𝘳𝘥𝘦 𝘡𝘶𝘵𝘴𝘦𝘯𝘴 𝘰𝘷𝘦𝘳 𝘥𝘦 5 𝘔𝘦𝘥𝘦 𝘔𝘦𝘯𝘴𝘦𝘯 𝘨𝘢𝘢𝘵 𝘰𝘷𝘦𝘳 𝘉𝘦𝘯 𝘗𝘦𝘵𝘦𝘳𝘴, 𝘥𝘦 𝘨𝘰𝘦𝘥𝘦 𝘣𝘶𝘶𝘳 𝘥𝘪𝘦 𝘨𝘰𝘶𝘥 𝘸𝘢𝘢𝘳𝘥 𝘪𝘴.

Een goede buur is goud waard, en soms zelfs levensreddend
Sommige mensen praten over hun wijk. Ben dóét er iets mee. Ik zit tegenover hem in de gezellige zithoek van Café Hotel de Prins en binnen vijf minuten weet ik: dit is zo iemand die niet kan stilzitten als hij ziet dat het beter kan. Niet omdat hij zo nodig op de voorgrond wil staan, integendeel, maar omdat hij gelooft dat samenleven pas echt werkt als je elkaar kent. En helpt. En soms gewoon even zwaait. “Bekend worden hoeft voor mij niet,” zegt hij nuchter. “Maar ik hoop wel dat mensen ons weten te vinden.” Met ons bedoelt hij het buurtnetwerk. Een club mensen die probeert het oude idee van naoberschap weer nieuw leven in te blazen. Niet ingewikkeld, niet zwaar. Gewoon: omzien naar elkaar.

De kracht van een appgroep (en een beetje aandacht)
In het hofje aan de Braamkamp waar Ben woont, zit bijna iedereen in dezelfde groepsapp. Dertig van de drieëndertig huizen. Dat zegt eigenlijk alles. Daar vliegen geen wereldschokkende berichten over tafel. Het zijn juist de kleine dingen die het verschil maken. Iemand heeft te veel spaarzegels. Iemand informeert eerst zijn buren voordat hij iets naar de kringloop brengt. Iemand is ziek, en dan weten anderen dat ook.
Toen een vrouw uit het hofje vorig jaar overleed, kwam driekwart van de straat afscheid nemen. “Die man stond er niet alleen voor,” vertelt Ben. “Dat vind ik warme belangstelling.” En dat is precies waar hij het voor doet.

Crowdfunding in zes dagen
Een van de projecten waar hij het meest trots op is? De actie voor buurt-AED’s. Samen met een buurvrouw ging hij langs alle 560 woningen in de wijk. Een simpele vraag: als iedereen een tientje geeft, kunnen we levens redden. Binnen zes dagen was het bedrag rond. Geen grote subsidie, geen ingewikkelde constructie. Gewoon mensen die zeiden: ja, dit vinden we belangrijk. En het meest bijzondere? Op de ochtend van ons gesprek werd één van de AED’s daadwerkelijk gebruikt. Je hoort het hem niet zeggen, maar je ziet het wel in zijn blik: dit is precies waarom je het doet.

Lelijke huisjes, mooie ontmoetingen
Waar de één een grijs elektriciteitshuisje ziet, ziet Ben een kans.
Samen met bewoners en kunstenaars veranderde hij die saaie blokken in kleurrijke kunstwerken. Niet alleen om de wijk mooier te maken, maar vooral om mensen bij elkaar te brengen. Het proces is misschien nog wel belangrijker dan het resultaat. Leerlingen van de Vrijeschool ontwerpen. Buurtbewoners denken mee. Kinderen kiezen wat erop komt. Zo wilde een jongen graag een dinosaurus op een huisje. En raad eens? Die dinosaurus komt er gewoon. Tijdens het schilderen schuiven steeds meer mensen aan. Een vader met zijn kinderen. Buurtbewoners uit verschillende landen. Mensen die elkaar anders misschien nooit hadden gesproken. Dat is de echte winst.

Waarom het soms moeilijker is dan vroeger
Ben is realistisch. Hij ziet ook dat de wereld veranderd is. Meer drukte. Meer eenpersoonshuishoudens. Meer afstand tussen mensen. En ja, soms ook wantrouwen. Mensen willen best helpen, merkt hij. Maar ze zijn bang om vast te zitten aan verplichtingen. Bang dat een klein initiatief ineens een grote verantwoordelijkheid wordt. “Misschien moet ik het geen vergadering meer noemen,” zegt hij lachend. “Dat woord schrikt mensen al af.” Het tekent hem: altijd op zoek naar hoe het wél kan.

Welkom in vijf talen
Een van zijn volgende projecten zijn welkomstborden in de wijk. Geen standaard bordjes, maar kleurrijke blikvangers met informatie over activiteiten. En vooral: met begroetingen in verschillende talen. Shalom. Merhaba. Hello. Welkom. Want volgens Ben begint verbinding met een simpel gevoel: je hoort erbij.

De man die foto’s maakt van kapotte bankjes
Wat mij misschien nog het meest raakt, is hoe klein zijn acties soms zijn. Hij loopt door de wijk, ziet een bankje dat is beschadigd door vuurwerk, en maakt een foto. Niet om te klagen, maar om het te melden. Om het op te lossen. Dat is zijn mentaliteit. Niet wachten tot iemand anders het doet. Gewoon beginnen.

En de prijs gaat naar…
Ben kreeg net als de andere 4 onderscheiden Medemensen een geldbedrag dat besteed mocht worden aan een mooi initiatief in Zutphen. Lang nadenken hoefde hij daarover niet. Het werd de dierenweide aan het Zwanenvlot. ‘Die gaat mij echt aan het hart’. Dankzij deze prijs bleven ze uit de rode cijfers, zegt Ben met een trotse blik in zijn ogen.

Nooit klaar
Aan het einde van ons gesprek vraag ik hem wat hij nog wil bereiken.
Hij denkt even na. Een kunstroute door de wijk. Meer mensen die meedoen. Een buurt waar iedereen zich thuis voelt. Maar vooral wil hij dat het gevoel blijft. Dat mensen elkaar blijven zien. Blijven helpen. Blijven groeten.
“Het is nooit klaar,” zegt hij. En eigenlijk is dat precies de bedoeling.

Frank Mossink

𝘐𝘯 𝘥𝘪𝘵 𝘯𝘪𝘦𝘶𝘸𝘦 𝘣𝘭𝘰𝘨 𝘮𝘦𝘵 𝘥𝘦 𝘯𝘢𝘢𝘮 𝘡𝘶𝘵𝘴𝘦𝘯𝘴 𝘥𝘶𝘪𝘬 𝘪𝘬 𝘪𝘯 𝘥𝘦 𝘻𝘪𝘯 é𝘯 𝘰𝘯𝘻𝘪𝘯 𝘷𝘢𝘯 𝘥𝘦 𝘴𝘵𝘢𝘥: 𝘸𝘢𝘵 𝘴𝘵𝘳𝘰𝘰𝘮𝘵, 𝘸𝘢𝘵 𝘴𝘤𝘩𝘶𝘶𝘳𝘵 𝘦𝘯 𝘸𝘢𝘢𝘳 𝘸𝘦𝘭 𝘸𝘢𝘵 𝘮𝘦𝘦𝘳 𝘣𝘦𝘸𝘦𝘨𝘪𝘯𝘨 𝘪𝘯 𝘮𝘢𝘨 𝘬𝘰𝘮𝘦𝘯. 𝘝𝘢𝘯𝘶𝘪𝘵 𝘮𝘪𝘫𝘯 𝘦𝘪𝘨𝘦𝘯 𝘱𝘦𝘳𝘴𝘱𝘦𝘤𝘵𝘪𝘦𝘧 𝘯𝘦𝘦𝘮 𝘪𝘬 𝘫𝘦 𝘮𝘦𝘦 𝘭𝘢𝘯𝘨𝘴 𝘩𝘦𝘳𝘬𝘦𝘯𝘣𝘢𝘳𝘦, 𝘷𝘦𝘳𝘳𝘢𝘴𝘴𝘦𝘯𝘥𝘦 𝘦𝘯 𝘴𝘰𝘮𝘴 𝘨𝘦𝘸𝘰𝘰𝘯 𝘨𝘳𝘢𝘱𝘱𝘪𝘨𝘦 𝘡𝘶𝘵𝘱𝘩𝘦𝘯𝘴𝘦 𝘷𝘦𝘳𝘩𝘢𝘭𝘦𝘯. 𝘖𝘰𝘬 𝘨𝘢 𝘪𝘬 𝘪𝘯 𝘨𝘦𝘴𝘱𝘳𝘦𝘬 𝘮𝘦𝘵 𝘮𝘦𝘯𝘴𝘦𝘯 𝘥𝘪𝘦 𝘪𝘦𝘵𝘴 𝘵𝘦 𝘻𝘦𝘨𝘨𝘦𝘯 𝘩𝘦𝘣𝘣𝘦𝘯 𝘦𝘯 𝘩𝘶𝘯 𝘣𝘭𝘪𝘬 𝘰𝘱 𝘥𝘦 𝘴𝘵𝘢𝘥 𝘸𝘪𝘭𝘭𝘦𝘯 𝘥𝘦𝘭𝘦𝘯.

𝘌𝘪𝘯𝘥 𝘷𝘰𝘳𝘪𝘨 𝘫𝘢𝘢𝘳 𝘻𝘪𝘫𝘯 𝘻𝘪𝘫𝘯 𝘷𝘪𝘫𝘧 𝘪𝘯𝘸𝘰𝘯𝘦𝘳𝘴 𝘷𝘢𝘯 𝘡𝘶𝘵𝘱𝘩𝘦𝘯 𝘣𝘦𝘯𝘰𝘦𝘮𝘥 𝘵𝘰𝘵 𝘔𝘦𝘥𝘦 𝘔𝘦𝘯𝘴 2025: 𝘍𝘳𝘢𝘯𝘴 𝘔𝘢𝘯𝘥𝘦𝘳𝘴, 𝘞𝘪𝘦𝘴 𝘏𝘰𝘰𝘨𝘬𝘢𝘮𝘱, 𝘊𝘭𝘢𝘴𝘪𝘦𝘯 𝘉𝘶...
14/04/2026

𝘌𝘪𝘯𝘥 𝘷𝘰𝘳𝘪𝘨 𝘫𝘢𝘢𝘳 𝘻𝘪𝘫𝘯 𝘻𝘪𝘫𝘯 𝘷𝘪𝘫𝘧 𝘪𝘯𝘸𝘰𝘯𝘦𝘳𝘴 𝘷𝘢𝘯 𝘡𝘶𝘵𝘱𝘩𝘦𝘯 𝘣𝘦𝘯𝘰𝘦𝘮𝘥 𝘵𝘰𝘵 𝘔𝘦𝘥𝘦 𝘔𝘦𝘯𝘴 2025: 𝘍𝘳𝘢𝘯𝘴 𝘔𝘢𝘯𝘥𝘦𝘳𝘴, 𝘞𝘪𝘦𝘴 𝘏𝘰𝘰𝘨𝘬𝘢𝘮𝘱, 𝘊𝘭𝘢𝘴𝘪𝘦𝘯 𝘉𝘶𝘳𝘬𝘦𝘭𝘴, 𝘉𝘦𝘯 𝘗𝘦𝘵𝘦𝘳𝘴 𝘦𝘯 𝘊𝘰𝘳𝘳𝘪𝘦 𝘚𝘢𝘵𝘵𝘦𝘳. 𝘋𝘦 𝘣𝘦𝘯𝘰𝘦𝘮𝘪𝘯𝘨 𝘪𝘴 𝘨𝘦𝘦𝘯 𝘱𝘳𝘪𝘫𝘴, 𝘮𝘢𝘢𝘳 𝘦𝘦𝘯 𝘦𝘳𝘬𝘦𝘯𝘯𝘪𝘯𝘨 é𝘯 𝘦𝘦𝘯 𝘢𝘢𝘯𝘮𝘰𝘦𝘥𝘪𝘨𝘪𝘯𝘨: 𝘰𝘮 𝘨𝘰𝘦𝘥 𝘵𝘦 𝘣𝘭𝘪𝘫𝘷𝘦𝘯 𝘥𝘰𝘦𝘯, 𝘢𝘯𝘥𝘦𝘳𝘦𝘯 𝘵𝘦 𝘪𝘯𝘴𝘱𝘪𝘳𝘦𝘳𝘦𝘯 𝘦𝘯 𝘥𝘦 𝘣𝘦𝘸𝘦𝘨𝘪𝘯𝘨 𝘷𝘢𝘯 𝘮𝘦𝘥𝘦𝘮𝘦𝘯𝘴𝘦𝘭𝘪𝘫𝘬𝘩𝘦𝘪𝘥 𝘪𝘯 𝘥𝘦 𝘴𝘵𝘢𝘥 𝘷𝘦𝘳𝘥𝘦𝘳 𝘵𝘦 𝘭𝘢𝘵𝘦𝘯 𝘨𝘳𝘰𝘦𝘪𝘦𝘯. 𝘝𝘢𝘯𝘥𝘢𝘢𝘨 𝘭𝘦𝘳𝘦𝘯 𝘸𝘦 éé𝘯 𝘷𝘢𝘯 𝘩𝘦𝘯 𝘯𝘢𝘥𝘦𝘳 𝘬𝘦𝘯𝘯𝘦𝘯. 𝘋𝘦𝘻𝘦 𝘵𝘸𝘦𝘦𝘥𝘦 𝘡𝘶𝘵𝘴𝘦𝘯𝘴 𝘰𝘷𝘦𝘳 𝘥𝘦 5 𝘔𝘦𝘥𝘦 𝘔𝘦𝘯𝘴𝘦𝘯 𝘨𝘢𝘢𝘵 𝘰𝘷𝘦𝘳 𝘊𝘰𝘳𝘳𝘪𝘦 𝘚𝘢𝘵𝘵𝘦𝘳, 𝘋𝘦 𝘷𝘳𝘰𝘶𝘸 𝘥𝘪𝘦 𝘯𝘪𝘦𝘵 𝘣𝘭𝘦𝘦𝘧 𝘵𝘰𝘦𝘬𝘪𝘫𝘬𝘦𝘯.

Over kiezen voor mensen, koffers pakken en het lef om gewoon te gaan
Sommige mensen praten over wat er misgaat in de wereld. En sommige mensen stappen in het vliegtuig. Corrie Satter hoort duidelijk bij die tweede categorie. Ze groeide op in de Achterhoek, in Varsseveld. Op haar zeventiende vertrok ze naar Arnhem om naar de kweekschool te gaan. Ze wilde juf worden. Kinderen helpen groeien. Maar al snel merkte ze dat het traditionele onderwijs niet helemaal bij haar paste. Grote klassen, volle lokalen, kinderen die allemaal tegelijk aandacht nodig hadden. Het voelde voor haar te algemeen. Wat haar raakte, waren juist de kinderen die moeite hadden. De kinderen met een randje. De kinderen die nét iets meer nodig hadden dan de rest. Dus ging ze verder studeren. Pedagogiek. Orthopedagogiek. Werken met kinderen die extra begeleiding nodig hebben. In tehuizen, in projecten, in kleine groepen waar aandacht geen luxe was, maar noodzaak. Daar leerde ze iets wat haar hele leven bij zou blijven: achter gedrag zit altijd een verhaal.

Altijd tussen de mensen
Haar loopbaan liep niet in een rechte lijn. Ze woonde op verschillende plekken, zelfs een tijd in Duitsland. En op een gegeven moment belandde ze in een totaal andere wereld: de commerciële sector.
In Leeuwarden ging ze werken bij een uitzendbureau. Niet achter een bureau verstopt, maar midden tussen de mensen. Gesprekken voeren, bedrijven bezoeken, kandidaten begeleiden. Al snel werd ze manager van de vestiging en later werkte ze regionaal. Wat haar het meest plezier gaf? Niet de cijfers. Niet de targets. Maar de mensen. Ze was dol op rondleidingen in bedrijven, een dagje meewerken op de werkvloer, zien hoe dingen gemaakt werden. Nieuwsgierig blijven. Leren van anderen. Tot het bedrijf werd overgenomen en het werk veranderde. Meer systemen, meer modellen, minder ruimte voor eigen inzicht. Het werd zakelijker, afstandelijker. Dat voelde niet meer als haar wereld. Maar stoppen was geen optie. Ze moest door tot haar pensioen. Dus zocht ze een andere rol binnen het bedrijf. Ze ging zich richten op communicatie: mensen begeleiden bij veranderingen, gesprekken voeren, teams helpen die vastliepen. En opnieuw kwam dezelfde rode draad naar boven: mensen verder helpen.

Niet thuis blijven mopperen
Na haar pensionering wist Corrie één ding zeker: thuis op de bank zitten was niets voor haar. Ze meldde zich aan bij het COC om voorlichting te geven op scholen. Praten met jongeren over identiteit, verschillen, respect.
Ze is zelf hetero, maar dat maakte haar rol juist bijzonder. Leerlingen vroegen zich af waarom ze dit werk deed. Wat haar motiveerde. Het leverde mooie gesprekken op, vaak eerlijker dan verwacht. En toen kwam 2015.
De beelden van vluchtelingen die via zee Europa probeerden te bereiken, lieten haar niet los. De discussies werden harder, de polarisatie steeds sterker. Dat brak iets bij haar. Ze dacht: Ik kan wel blijven klagen, maar daar verandert niets van. Dus deed ze wat ze haar hele leven al deed: ze ging.

Aan de rand van het strand
Ze boekte een ticket naar het Griekse eiland Le**os. Alleen. Zonder precies te weten wat haar te wachten stond. Ze sloot zich aan bij een groep vrijwilligers die ze niet kende. Dat was een voorwaarde: je moest onderdeel zijn van een team, geen toeschouwer. En daar stond ze dan. Aan het strand. Met bootjes die op haar afkwamen. Mensen die alles achter zich hadden gelaten. Moeders met kinderen. Mannen die dagenlang hadden gereisd. Kinderen die doodmoe waren. De eerste dag sprak ze zichzelf streng toe: Je bent hier niet gekomen om te huilen. Aanpakken. Ze werkte samen met artsen uit Amerika, vrijwilligers uit heel Europa, mensen uit alle hoeken van de wereld. Structuur brengen in chaos. Dekens uitdelen. Eten verzorgen. Nachtdiensten draaien. Het was zwaar. Indrukwekkend. Soms onvoorstelbaar. Maar ook verbindend.

De mooiste kerst
Eén van de momenten die haar het meest bijbleven, was een kerst op Le**os. Geen luxe diner, geen kerstboom vol cadeaus. Maar een eenvoudige maaltijd in een klein restaurantje van twee Griekse mensen, Nikos en Catharina. Rijst met groenten. Samen eten. Samen zingen. Overdag hadden ze duizenden maaltijden uitgedeeld aan mensen in het kamp en daarbuiten. ’s Avonds zaten ze met vrijwilligers en vluchtelingen aan tafel. Verschillende talen, verschillende achtergronden, maar één gevoel: verbondenheid. Ze noemt het nog steeds de mooiste kerst van haar leven.

Terug naar huis, en anders kijken
Als ze na weken werken weer terugkwam in Nederland, voelde alles vreemd. Vooral de supermarkt. De overvloed. De keuze uit wel 20 soorten mayonaise. Het contrast was enorm. Maar in plaats van cynisch te worden, besloot ze iets anders te doen: ze wilde ook hier van betekenis zijn. Ze sloot zich aan bij Buddy to Buddy, een organisatie die nieuwkomers koppelt aan inwoners. Daar ontmoette ze Amjad, een jongen van zeventien die zich alleen voelde in een nieuw land. Wat begon als een kennismaking, groeide uit tot een hechte band. Ze nam hem mee naar musea, kastelen en uiteindelijk naar Amsterdam. Naar het Homomonument. Naar een plek waar hij zichzelf kon zijn. Waar hij durfde te laten zien wie hij werkelijk was. Vandaag studeert hij, spreekt vloeiend Nederlands en heeft stage gelopen in het Europees Parlement. En Corrie? Die kijkt trots toe.

Verrast door waardering
Onlangs werd ze onderscheiden als een van de medemensen van het jaar in Zutphen. Ze had geen idee dat ze was voorgedragen. Toen haar naam werd genoemd, dacht ze eerst dat het om iemand anders ging. Want aandacht voor zichzelf zoekt ze niet. Ze zoekt liever naar wat nodig is. De geldprijs die bij de onderscheiding hoorde, gaf ze weg aan een muziekproject voor bewoners van het azc. Omdat ze op Le**os had gezien hoe belangrijk muziek kan zijn. Hoe zingen en samen spelen mensen hoop kan geven.

Gewoon doen
Als je Corrie vraagt wat haar drijft, krijg je geen grote theorie. Geen ingewikkelde visie. Alleen een simpele overtuiging: Als iets je raakt, moet je in beweging komen. Niet blijven mopperen. Niet blijven kijken. Maar iets doen. Desnoods alleen. Desnoods onzeker. Maar wel met open hart. Want uiteindelijk, zegt ze, draait alles om hetzelfde: mensen zien en naast ze gaan staan.

Frank Mossink

𝘐𝘯 𝘥𝘪𝘵 𝘯𝘪𝘦𝘶𝘸𝘦 𝘣𝘭𝘰𝘨 𝘮𝘦𝘵 𝘥𝘦 𝘯𝘢𝘢𝘮 𝘡𝘶𝘵𝘴𝘦𝘯𝘴 𝘥𝘶𝘪𝘬 𝘪𝘬 𝘪𝘯 𝘥𝘦 𝘻𝘪𝘯 é𝘯 𝘰𝘯𝘻𝘪𝘯 𝘷𝘢𝘯 𝘥𝘦 𝘴𝘵𝘢𝘥: 𝘸𝘢𝘵 𝘴𝘵𝘳𝘰𝘰𝘮𝘵, 𝘸𝘢𝘵 𝘴𝘤𝘩𝘶𝘶𝘳𝘵 𝘦𝘯 𝘸𝘢𝘢𝘳 𝘸𝘦𝘭 𝘸𝘢𝘵 𝘮𝘦𝘦𝘳 𝘣𝘦𝘸𝘦𝘨𝘪𝘯𝘨 𝘪𝘯 𝘮𝘢𝘨 𝘬𝘰𝘮𝘦𝘯. 𝘝𝘢𝘯𝘶𝘪𝘵 𝘮𝘪𝘫𝘯 𝘦𝘪𝘨𝘦𝘯 𝘱𝘦𝘳𝘴𝘱𝘦𝘤𝘵𝘪𝘦𝘧 𝘯𝘦𝘦𝘮 𝘪𝘬 𝘫𝘦 𝘮𝘦𝘦 𝘭𝘢𝘯𝘨𝘴 𝘩𝘦𝘳𝘬𝘦𝘯𝘣𝘢𝘳𝘦, 𝘷𝘦𝘳𝘳𝘢𝘴𝘴𝘦𝘯𝘥𝘦 𝘦𝘯 𝘴𝘰𝘮𝘴 𝘨𝘦𝘸𝘰𝘰𝘯 𝘨𝘳𝘢𝘱𝘱𝘪𝘨𝘦 𝘡𝘶𝘵𝘱𝘩𝘦𝘯𝘴𝘦 𝘷𝘦𝘳𝘩𝘢𝘭𝘦𝘯. 𝘖𝘰𝘬 𝘨𝘢 𝘪𝘬 𝘪𝘯 𝘨𝘦𝘴𝘱𝘳𝘦𝘬 𝘮𝘦𝘵 𝘮𝘦𝘯𝘴𝘦𝘯 𝘥𝘪𝘦 𝘪𝘦𝘵𝘴 𝘵𝘦 𝘻𝘦𝘨𝘨𝘦𝘯 𝘩𝘦𝘣𝘣𝘦𝘯 𝘦𝘯 𝘩𝘶𝘯 𝘣𝘭𝘪𝘬 𝘰𝘱 𝘥𝘦 𝘴𝘵𝘢𝘥 𝘸𝘪𝘭𝘭𝘦𝘯 𝘥𝘦𝘭𝘦𝘯.

𝘌𝘪𝘯𝘥 𝘷𝘰𝘳𝘪𝘨 𝘫𝘢𝘢𝘳 𝘻𝘪𝘫𝘯 𝘷𝘪𝘫𝘧 𝘪𝘯𝘸𝘰𝘯𝘦𝘳𝘴 𝘷𝘢𝘯 𝘡𝘶𝘵𝘱𝘩𝘦𝘯 𝘣𝘦𝘯𝘰𝘦𝘮𝘥 𝘵𝘰𝘵 𝘔𝘦𝘥𝘦 𝘔𝘦𝘯𝘴 2025: 𝘍𝘳𝘢𝘯𝘴 𝘔𝘢𝘯𝘥𝘦𝘳𝘴, 𝘞𝘪𝘦𝘴 𝘏𝘰𝘰𝘨𝘬𝘢𝘮𝘱, 𝘊𝘭𝘢𝘴𝘪𝘦𝘯 𝘉𝘶𝘳𝘬𝘦𝘭𝘴...
09/04/2026

𝘌𝘪𝘯𝘥 𝘷𝘰𝘳𝘪𝘨 𝘫𝘢𝘢𝘳 𝘻𝘪𝘫𝘯 𝘷𝘪𝘫𝘧 𝘪𝘯𝘸𝘰𝘯𝘦𝘳𝘴 𝘷𝘢𝘯 𝘡𝘶𝘵𝘱𝘩𝘦𝘯 𝘣𝘦𝘯𝘰𝘦𝘮𝘥 𝘵𝘰𝘵 𝘔𝘦𝘥𝘦 𝘔𝘦𝘯𝘴 2025: 𝘍𝘳𝘢𝘯𝘴 𝘔𝘢𝘯𝘥𝘦𝘳𝘴, 𝘞𝘪𝘦𝘴 𝘏𝘰𝘰𝘨𝘬𝘢𝘮𝘱, 𝘊𝘭𝘢𝘴𝘪𝘦𝘯 𝘉𝘶𝘳𝘬𝘦𝘭𝘴, 𝘉𝘦𝘯 𝘗𝘦𝘵𝘦𝘳𝘴 𝘦𝘯 𝘊𝘰𝘳𝘳𝘪𝘦 𝘚𝘢𝘵𝘵𝘦𝘳. 𝘋𝘦 𝘣𝘦𝘯𝘰𝘦𝘮𝘪𝘯𝘨 𝘪𝘴 𝘨𝘦𝘦𝘯 𝘱𝘳𝘪𝘫𝘴, 𝘮𝘢𝘢𝘳 𝘦𝘦𝘯 𝘦𝘳𝘬𝘦𝘯𝘯𝘪𝘯𝘨 é𝘯 𝘦𝘦𝘯 𝘢𝘢𝘯𝘮𝘰𝘦𝘥𝘪𝘨𝘪𝘯𝘨: 𝘰𝘮 𝘨𝘰𝘦𝘥 𝘵𝘦 𝘣𝘭𝘪𝘫𝘷𝘦𝘯 𝘥𝘰𝘦𝘯, 𝘢𝘯𝘥𝘦𝘳𝘦𝘯 𝘵𝘦 𝘪𝘯𝘴𝘱𝘪𝘳𝘦𝘳𝘦𝘯 𝘦𝘯 𝘥𝘦 𝘣𝘦𝘸𝘦𝘨𝘪𝘯𝘨 𝘷𝘢𝘯 𝘮𝘦𝘥𝘦𝘮𝘦𝘯𝘴𝘦𝘭𝘪𝘫𝘬𝘩𝘦𝘪𝘥 𝘪𝘯 𝘥𝘦 𝘴𝘵𝘢𝘥 𝘷𝘦𝘳𝘥𝘦𝘳 𝘵𝘦 𝘭𝘢𝘵𝘦𝘯 𝘨𝘳𝘰𝘦𝘪𝘦𝘯. 𝘝𝘢𝘯𝘥𝘢𝘢𝘨 𝘭𝘦𝘳𝘦𝘯 𝘸𝘦 éé𝘯 𝘷𝘢𝘯 𝘩𝘦𝘯 𝘯𝘢𝘥𝘦𝘳 𝘬𝘦𝘯𝘯𝘦𝘯. 𝘋𝘦𝘻𝘦 𝘦𝘦𝘳𝘴𝘵𝘦 𝘡𝘶𝘵𝘴𝘦𝘯𝘴 𝘰𝘷𝘦𝘳 𝘥𝘦 5 𝘔𝘦𝘥𝘦 𝘔𝘦𝘯𝘴𝘦𝘯 𝘨𝘢𝘢𝘵 𝘰𝘷𝘦𝘳 𝘍𝘳𝘢𝘯𝘴 𝘔𝘢𝘯𝘥𝘦𝘳𝘴, 𝘥𝘦 𝘮𝘢𝘯 𝘥𝘪𝘦 𝘮𝘦𝘯𝘴𝘦𝘯 𝘣𝘪𝘫 𝘦𝘭𝘬𝘢𝘢𝘳 𝘣𝘳𝘦𝘯𝘨𝘵.

Over koffie, kartrekkers en het geheim van vijf minuten langer blijven hangen
Sommige mensen hebben een visitekaartje. En sommige mensen zijn het visitekaartje van hun buurt. Frans hoort duidelijk bij die tweede categorie.
Hij is 66, getrouwd met Resi, vader van twee zoons en trotse eigenaar van een hond. Maar als je hem vraagt wie hij is, krijg je niet alleen een lijstje feiten. Je krijgt een levensverhaal dat draait om één simpel idee: mensen bij elkaar brengen. Niet ingewikkeld. Niet theoretisch. Gewoon praktisch. In de straat. In de wijk. In het echte leven. Sinds 1999 woont hij in Noordveen in Zutphen. Niet toevallig. Zutphen zat al langer in zijn hoofd. Ooit organiseerde hij in 1990 de Hanzekoopmarkt. Dat was zijn eerste echte kennismaking met de stad. En zoals dat soms gaat: één ervaring kan genoeg zijn om te weten , hier wil ik ooit wonen. Toen later de keuze kwam tussen wonen in de buurt van Zwolle of Apeldoorn, was het snel beslist. Zutphen werd thuis. En dat is het nog steeds.

Van waterpolitie naar wijkmotor
Voordat Frans bekend werd als verbinder in de wijk, had hij een heel ander uniform aan. Hij zat acht jaar bij de politie te water, na eerst vier jaar bij de marine te hebben gevaren. Water zat letterlijk in zijn systeem. En daar, op het water bij Tolkamer, gebeurde nog iets belangrijks. Hij ontmoette een vrouw van de douane. Dat werd zijn vrouw. Toch wist hij op een gegeven moment dat zijn carrière bij de politie een plafond had. Geen doorgroeimogelijkheden meer. Geen nieuwe horizon. En precies op dat moment kwam een andere kans langs: werken bij een organisatiebureau dat evenementen organiseerde. Braderieën. Markten. Activiteiten. Mensen. Dat bleek geen toeval, maar een rode draad.

Het geheim van Noordveen
Als je Frans vraagt waar hij trots op is, begint hij niet over prijzen of functies. Hij vertelt een verhaal. Tijdens de coronaperiode werd hij gebeld door een organisatie die zich bezighoudt met hulpverlening en schuldhulp. Ze hadden een vraag. Wat was het geheim van Noordveen? In andere wijken hadden ze meer hulpvragen dan verwacht. Meer inzet nodig. Meer problemen. Maar in Noordveen gebeurde iets bijzonders: daar hadden ze juist minder hulpvragen dan voorspeld. De verklaring was verrassend simpel. Niet beleid. Niet regels. Niet geld. Maar contact. Zijn theorie is bijna kinderlijk eenvoudig: breng mensen iets langer bij elkaar dan vijf minuten. Niet alleen even zwaaien bij de auto. Niet alleen een snelle groet. Maar een gesprek. Een kop koffie. Een activiteit. Want als mensen elkaar kennen, vragen ze eerder hulp aan elkaar. En daardoor blijven problemen kleiner. En ja, dat effect is meetbaar. In Noordveen is minder professionele hulp nodig dan in andere wijken van dezelfde stad. Niet omdat mensen daar rijker zijn. Niet omdat het leven makkelijker is. Maar omdat de gemeenschap sterker is.

De kracht van kartrekkers
Frans weet ook dat niet elke wijk vanzelf bruist. Je hebt kartrekkers nodig. Mensen die beginnen. Die de eerste stap zetten. Hij hoort vaak: "Ja, leuk allemaal, maar bij ons in de wijk hebben we geen Frans Manders." Daar moet hij altijd een beetje om lachen. Want volgens hem is er in elke wijk wel iemand die denkt: Wacht even. Dit kan anders. Het begint klein. Een buurtbarbecue. Een speeltuinplan. Een gezamenlijke tuin. Zo ontstond bijvoorbeeld een natuurspeeltuin in de wijk aan het Praebsterkamp. Eerst kwamen bewoners uit de omgeving plannen maken. Maar de mensen die er daadwerkelijk woonden, stonden nog achter het raam te kijken. Tot ze werden uitgenodigd. De kinderen mochten tekenen hoe de speeltuin eruit moest zien. Vanaf dat moment was het niet meer een project. Het was hún plek. En dat maakt het verschil.

Gelijkwaardig, niet ondergeschikt
Als Frans één ding morgen zou mogen veranderen in Nederland, dan is het dit: Geef gemeenschappen een echte positie. Nu zijn bewonersgroepen vaak afhankelijk van de overheid. Ze mogen meedenken, maar niet altijd meebeslissen. Dat voelt volgens hem niet gelijkwaardig. Hij gelooft dat de toekomst ligt in samenwerking. Niet overheid boven burgers. Niet burgers tegen overheid. Maar naast elkaar. Met duidelijke kaders. En wederzijds vertrouwen. Want vertrouwen, zegt hij, is geen gevoel. Het is gedrag.

Een prijs die meteen weer weg was
Onlangs kreeg Frans een onderscheiding vanuit Mede als één van de vijf medemensen van het jaar. Inclusief een geldprijs van 750 euro. Hij besteedde dat bedrag aan bewoners in een wijk die bezig waren met een buurttuin. Ze hadden apparatuur nodig, maar kregen het budget niet rond. Toen hij het geld overhandigde, stonden er vier mannen te huilen van blijdschap. Dat moment zegt misschien meer over hem dan duizend woorden. Niet verzamelen. Niet bewaren. Maar doorgeven.

De simpele waarheid
Aan het einde van het gesprek vat Frans zijn levensfilosofie samen in één zin: De kracht zit in de mensen zelf. Geef ze ruimte. Geef ze vertrouwen. En er gebeuren mooie dingen. Het is geen theorie. Geen beleidsnota. Geen ingewikkeld model. Het is gewoon een uitnodiging: Blijf vijf minuten langer staan. Praat met je buurman. Doe iets samen. Want daar begint een gemeenschap.

Frank Mossink

𝘐𝘯 𝘥𝘪𝘵 𝘯𝘪𝘦𝘶𝘸𝘦 𝘣𝘭𝘰𝘨 𝘮𝘦𝘵 𝘥𝘦 𝘯𝘢𝘢𝘮 𝘡𝘶𝘵𝘴𝘦𝘯𝘴 𝘥𝘶𝘪𝘬 𝘪𝘬 𝘪𝘯 𝘥𝘦 𝘻𝘪𝘯 é𝘯 𝘰𝘯𝘻𝘪𝘯 𝘷𝘢𝘯 𝘥𝘦 𝘴𝘵𝘢𝘥: 𝘸𝘢𝘵 𝘴𝘵𝘳𝘰𝘰𝘮𝘵, 𝘸𝘢𝘵 𝘴𝘤𝘩𝘶𝘶𝘳𝘵 𝘦𝘯 𝘸𝘢𝘢𝘳 𝘸𝘦𝘭 𝘸𝘢𝘵 𝘮𝘦𝘦𝘳 𝘣𝘦𝘸𝘦𝘨𝘪𝘯𝘨 𝘪𝘯 𝘮𝘢𝘨 𝘬𝘰𝘮𝘦𝘯. 𝘝𝘢𝘯𝘶𝘪𝘵 𝘮𝘪𝘫𝘯 𝘦𝘪𝘨𝘦𝘯 𝘱𝘦𝘳𝘴𝘱𝘦𝘤𝘵𝘪𝘦𝘧 𝘯𝘦𝘦𝘮 𝘪𝘬 𝘫𝘦 𝘮𝘦𝘦 𝘭𝘢𝘯𝘨𝘴 𝘩𝘦𝘳𝘬𝘦𝘯𝘣𝘢𝘳𝘦, 𝘷𝘦𝘳𝘳𝘢𝘴𝘴𝘦𝘯𝘥𝘦 𝘦𝘯 𝘴𝘰𝘮𝘴 𝘨𝘦𝘸𝘰𝘰𝘯 𝘨𝘳𝘢𝘱𝘱𝘪𝘨𝘦 𝘡𝘶𝘵𝘱𝘩𝘦𝘯𝘴𝘦 𝘷𝘦𝘳𝘩𝘢𝘭𝘦𝘯. 𝘖𝘰𝘬 𝘨𝘢 𝘪𝘬 𝘪𝘯 𝘨𝘦𝘴𝘱𝘳𝘦𝘬 𝘮𝘦𝘵 𝘮𝘦𝘯𝘴𝘦𝘯 𝘥𝘪𝘦 𝘪𝘦𝘵𝘴 𝘵𝘦 𝘻𝘦𝘨𝘨𝘦𝘯 𝘩𝘦𝘣𝘣𝘦𝘯 𝘦𝘯 𝘩𝘶𝘯 𝘣𝘭𝘪𝘬 𝘰𝘱 𝘥𝘦 𝘴𝘵𝘢𝘥 𝘸𝘪𝘭𝘭𝘦𝘯 𝘥𝘦𝘭𝘦𝘯.

Hand uitsteken voordat iemand valt Ze zegt het bijna achteloos, maar het blijft hangen. “Niet loslaten. Gewoon niet losl...
31/03/2026

Hand uitsteken voordat iemand valt
Ze zegt het bijna achteloos, maar het blijft hangen. “Niet loslaten. Gewoon niet loslaten.” Ik zit tegenover Marieke. Een echte Zutphenees. Geboren, getogen en gebleven. Zo iemand die de stad niet alleen kent van de mooie plekken, maar ook van de rafelrandjes. Van de verhalen achter voordeuren waar het leven soms flink uit de bocht is gevlogen. Zestien jaar werkte ze bij de reclassering. Daarna maakte ze de overstap naar de gemeente. Niet omdat het werk haar losliet, maar juist omdat ze het anders wilde doen. Eerder. Dichterbij. Menselijker. Want volgens haar begint een nieuwe start niet ná detentie. Die begint al ver daarvoor.

Niet wachten tot het misgaat
We hebben de neiging om te denken dat hulp pas nodig is als iemand weer buiten staat. Maar Marieke kijkt verder vooruit. Als iemand weet dat er een gevangenisstraf aankomt, begint voor haar het echte werk al. Dan gaat het niet alleen over de straf, maar over alles wat erachteraan komt. Het verlies van inkomen. Een huis dat misschien niet meer betaald kan worden. Een partner die alleen achterblijft. Kinderen die ineens een ouder missen. Het zijn domino’s. En als je er op tijd eentje tegenhoudt, vallen de anderen misschien niet. De afgelopen vier jaar heeft ze binnen de gemeente gebouwd aan een aanpak die precies daarop gericht is. Niet reageren, maar voorbereiden. Niet loslaten, maar begeleiden. Eén contactpersoon van begin tot eind. Iemand met een naam, een gezicht en, belangrijker nog, een telefoonnummer dat je gewoon mag bellen. Zo simpel kan het soms zijn.

De dunne lijn
Wat haar fascineert aan dit werk? Niet de misdaad. Niet het dossier. Maar de mens. Ze ziet het elke dag: hoe dun de lijn is tussen een stabiel leven en een verkeerde afslag. Soms is het pech. Soms een verkeerde vriendengroep. Soms schulden, verslaving of een opeenstapeling van ellende waar niemand echt op voorbereid is. “Als je alles kwijtraakt,” zegt ze, “heb je altijd iemand nodig die een hand uitreikt.” Niet om iemand te redden. Daar is ze heel nuchter in. Mensen blijven verantwoordelijk voor hun eigen keuzes. Maar zonder steun is de kans groot dat iemand opnieuw de fout ingaat. Niet omdat hij dat wil, maar omdat hij geen perspectief ziet. En dat alternatief, daar werkt zij dus aan.

Een huis als keerpunt
Ze vertelt over een man van begin veertig. Vijfentwintig jaar van zijn leven bracht hij door in detentie. In en uit. Jeugdinrichtingen. Overlast. Geweld. Diefstal. Iedereen was hem eigenlijk al een beetje zat. Tot hij één zin zei die bleef hangen: “Ik wil mijn kleinkinderen kunnen zien.” Geen groot plan. Geen indrukwekkende ambitie. Gewoon rust. Een dak boven zijn hoofd. Iets om te verliezen, wat hij tot dusver nooit had. Ze maakte een plan. Tegen de stroom in. Tegen de twijfel in. En vooral tegen de angst in dat het weer mis zou gaan. Hij kreeg een huis. En hij woont er nog steeds. Zonder politiecontacten. Dat is succes in deze wereld. Geen applaus, geen lintje. Gewoon een sleutel die blijft draaien in hetzelfde slot.

Professionele nabijheid
Wat opvalt is hoe persoonlijk ze haar werk maakt. Niet afstandelijk, niet klinisch. Ze gelooft niet zo in “professionele afstand”. Liever spreekt ze over professionele nabijheid. Dat betekent dat je mag laten zien dat je baalt als iemand afspraken niet nakomt. Dat je betrokken bent. Dat je mens bent. Want vertrouwen ontstaat niet uit regels. Vertrouwen ontstaat uit contact. Veel van de mensen met wie ze werkt, hebben een diep wantrouwen richting instanties. De overheid voelt voor hen als een groot, onpersoonlijk systeem. Een doolhof zonder uitgang. En dan is het soms genoeg dat er één persoon is die zegt: “Bel mij maar.”

Tweede kansen. En derde. En vierde.
We praten over schuld en straf. Over hoe de samenleving kijkt naar mensen die vast hebben gezeten. Het stigma dat blijft kleven, ook jaren later. “Eens een boef, altijd een boef,” hoort ze vaak. Maar zij gelooft daar niet in. Ze gelooft in herhaling. Niet van fouten, maar van kansen. Sommige mensen hebben één kans nodig. Anderen vijf. Zeker bij verslaving of psychische problemen is terugval bijna onderdeel van het proces. Dan kun je stoppen met helpen. Of je kunt volhouden tot het wél lukt. Zij kiest voor dat laatste.

De stad als werkplek
Wat haar werk extra bijzonder maakt, is dat ze het doet in haar eigen stad. De straten waar ze als kind fietste, zijn nu de plekken waar ze langsgaat voor gesprekken. Soms aan de keukentafel. Soms in een gevangenis ergens in het land. Soms midden in een wijk waar de spanning voelbaar is. Ze zit zelden achter een bureau. Ze is er gewoon. Voor de stad. Voor de mensen. Voor de rust in een buurt die het even niet meer ziet zitten. En misschien is dat wel de kern van haar werk: verbinding maken waar die dreigt te verdwijnen.

Aan het einde van het gesprek zegt ze iets dat blijft hangen. Ze is nog nooit met tegenzin naar haar werk gegaan. Nog geen enkele dag. Omdat ze voelt dat ze verschil kan maken. Niet altijd groot. Niet altijd zichtbaar. Maar wel echt. Soms begint dat verschil met iets heel kleins. Een gesprek. Een plan. Of simpelweg een hand die wordt uitgestoken voordat iemand valt.

Frank Mossink

𝘐𝘯 𝘥𝘪𝘵 𝘯𝘪𝘦𝘶𝘸𝘦 𝘣𝘭𝘰𝘨 𝘮𝘦𝘵 𝘥𝘦 𝘯𝘢𝘢𝘮 𝘡𝘶𝘵𝘴𝘦𝘯𝘴 𝘥𝘶𝘪𝘬 𝘪𝘬 𝘪𝘯 𝘥𝘦 𝘻𝘪𝘯 é𝘯 𝘰𝘯𝘻𝘪𝘯 𝘷𝘢𝘯 𝘥𝘦 𝘴𝘵𝘢𝘥: 𝘸𝘢𝘵 𝘴𝘵𝘳𝘰𝘰𝘮𝘵, 𝘸𝘢𝘵 𝘴𝘤𝘩𝘶𝘶𝘳𝘵 𝘦𝘯 𝘸𝘢𝘢𝘳 𝘸𝘦𝘭 𝘸𝘢𝘵 𝘮𝘦𝘦𝘳 𝘣𝘦𝘸𝘦𝘨𝘪𝘯𝘨 𝘪𝘯 𝘮𝘢𝘨 𝘬𝘰𝘮𝘦𝘯. 𝘝𝘢𝘯𝘶𝘪𝘵 𝘮𝘪𝘫𝘯 𝘦𝘪𝘨𝘦𝘯 𝘱𝘦𝘳𝘴𝘱𝘦𝘤𝘵𝘪𝘦𝘧 𝘯𝘦𝘦𝘮 𝘪𝘬 𝘫𝘦 𝘮𝘦𝘦 𝘭𝘢𝘯𝘨𝘴 𝘩𝘦𝘳𝘬𝘦𝘯𝘣𝘢𝘳𝘦, 𝘷𝘦𝘳𝘳𝘢𝘴𝘴𝘦𝘯𝘥𝘦 𝘦𝘯 𝘴𝘰𝘮𝘴 𝘨𝘦𝘸𝘰𝘰𝘯 𝘨𝘳𝘢𝘱𝘱𝘪𝘨𝘦 𝘡𝘶𝘵𝘱𝘩𝘦𝘯𝘴𝘦 𝘷𝘦𝘳𝘩𝘢𝘭𝘦𝘯. 𝘖𝘰𝘬 𝘨𝘢 𝘪𝘬 𝘪𝘯 𝘨𝘦𝘴𝘱𝘳𝘦𝘬 𝘮𝘦𝘵 𝘮𝘦𝘯𝘴𝘦𝘯 𝘥𝘪𝘦 𝘪𝘦𝘵𝘴 𝘵𝘦 𝘻𝘦𝘨𝘨𝘦𝘯 𝘩𝘦𝘣𝘣𝘦𝘯 𝘦𝘯 𝘩𝘶𝘯 𝘣𝘭𝘪𝘬 𝘰𝘱 𝘥𝘦 𝘴𝘵𝘢𝘥 𝘸𝘪𝘭𝘭𝘦𝘯 𝘥𝘦𝘭𝘦𝘯.

Adres

Waterstraat 14
Zutphen
7201HN

Meldingen

Wees de eerste die het weet en laat ons u een e-mail sturen wanneer Zutsens nieuws en promoties plaatst. Uw e-mailadres wordt niet voor andere doeleinden gebruikt en u kunt zich op elk gewenst moment afmelden.

Delen