Rob Walrecht Productions

Rob Walrecht Productions Astronomy writer, illustrator, designer, publisher & lecturer. Worldwide known for planispheres (sta

De cursus 'De sterrenkunde in 2026'Les 9: ‘Melkwegstelsels: de bouwstenen van het heelal’Henny LamersDit was feitelijk e...
08/05/2026

De cursus 'De sterrenkunde in 2026'
Les 9: ‘Melkwegstelsels: de bouwstenen van het heelal’
Henny Lamers

Dit was feitelijk een deel 2 van een dubbelpresentatie over sterrenstelsels. En, schavuit als ik nu eenmaal ben, kondigde ik zijn les aan als ‘het verhaal van onweerstaanbare aantrekkingskracht, heftige botsingen en kannibalisme’, want dat is waar de les onder andere over ging. En ‘aansluitend over muizen en kikkers’, omdat één stel botsende stelsels ‘de muizen’ wordt genoemd vanwege de lange staarten van gas; en een ander botsend paar lijkt op een kikkervisje.

Maar ik laat Henny zijn les verder aankondigen:

‘Melkwegstelsels zijn enorme concentraties van sterren, gas en stof. Henny: ‘De kleinste melkwegstelsels hebben afmetingen van een paar duizend lichtjaar en de grootste stelsels van honderdduizend lichtjaar. Veel melkwegstelsels zijn afgeplat en vertonen een prachtige spiraalstructuur. Ook onze zon met zijn planeten maakt deel uit van een groot spiraalstelsel: ‘onze Melkweg’.

Door hun grote afmetingen en snelheden en door hun neiging tot samenscholen komen botsingen of bijna-botsingen van melkwegstelsels vaak voor. Het is eerder regel dan uitzondering dat stelsels elkaar treffen en samensmelten! Ons eigen melkwegstelsel heeft in het verleden veel botsingen ondergaan en daarbij kleinere melkwegstelsels opgeslokt: we noemen dat ‘galactisch kannibalisme’. Wist U dat ons melkwegstelsel nu! Een klein stelsel aan het verorberen is? En dat we over 4 miljard jaar zullen botsen met het grote Andromeda sterrenstelsel?
De Hubble en de James Webb Ruimte Telescopen hebben veel botsende en bijna-botsende melkwegstelsels waargenomen. De sterke invloed van de zwaartekracht zorgt daarbij voor fascinerende verschijnselen: bruggen, staarten, spiraalarmen en enorme geboortegolven van sterren.’

Henny vertoonde spectaculaire opnamen van (bijna-)botsingen en legde die verschijnselen op eenvoudige wijze uit. Verder liet hij fraaie animaties zien.

Het was een erg informatieve les, vooral ook waar het gaat om de mechanismen die achter dat botsen schuilgaan, en de computermodellen die kunnen verklaren hoe die botsingen verliepen, ofwel hoe stelsels elkaar ontmoetten.

Op de foto's:
Henny aan het werk; ik had mijn Melkweg-schaalmodel meegenomen, dat je achter hem ziet staan. Botsingen gebeuren ook tussen het Melkwegstelsel en klein dwergstelsels in de buurt: een ervan (het Canis Major dwergstelsel) zit al in de Melkwegschijf en het stelsel SagDEG (Sagittarius 'elliptical dwarf galaxy) is van onder onderweg. Beide staan in het model. De Magelhaense Wolken staan 55-65 ch van de kern van de model-Melkweg af.
Daarna twee foto's van de 'Antenne stelsels', een van de 'Muizen sterrenstelsels' en een van de Tadpole Galaxy ('kikkervisje'). En nog een close-up van mijn Melkwegstelsel-model.

De cursus 'De sterrenkunde in 2026'Les 8: ‘Melkwegstelsels: de bouwstenen van het heelal’Henny LamersWat gaat het toch s...
24/04/2026

De cursus 'De sterrenkunde in 2026'
Les 8: ‘Melkwegstelsels: de bouwstenen van het heelal’
Henny Lamers

Wat gaat het toch snel, les 8 al weer. Nog maar drie te gaan nu...
Ook Henny Lamers is een begenadigd spreker en zijn les was weer erg interessant.

Toen ik hem aankondigde maakte ik een opmerking over dat 'melkwegstelsels', in plaats van (wat ik zou zeggen) sterrenstelsels. Dat is een dingetje tussen Henny en mij sinds wij ons boek 'De oerknal en het uitdijend heelal - zoeken naar het begin van alles' maakten, in 2015. Henny schoot ook meteen in de lach.
Hij heeft ook een reden om 'melkwegstelsels' te gebruiken, omdat mensen anders in de war kunnen raken met sterrenhopen.

Henny's eigen samenvatting is zo duidelijk dat ik die hier gewoon plaats:

'Melkwegstelsels (sterrenstelsels) zijn verzamelingen van vele miljoenen tot miljarden sterren met ijle gas- en stofwolken ertussen. Alleen de ruimte tussen de sterrenstelsels is bijna helemaal leeg. Het sterrenstelsel waarin wij zelf en onze Zon huizen is de Melkweg. Melkwegstelsels komen voor in allerlei maten en soorten: prachtige spiraalstelsels, elliptische stelsels met de vorm van een rugbybal en kleine onregelmatige stelsels. Die laatsten zijn veruit in de meerderheid!

Ver weg, dus in het verre verleden, vinden we alleen kleine onregelmatige stelsels. Zijn dat de bouwstenen van de latere grote stelsels zoals het onze? De laatste jaren zijn er spectaculaire opnamen gemaakt van botsende stelsels. Wat gebeurt er dan? Kan dat de spiraalstelsels verklaren?

We weten dat de eerste sterrenstelsels relatief snel na de Oerknal, in minder dan een miljard jaar, gevormd zijn. Modellen van het jonge heelal hebben grote moeite om dit proces te verklaren. Want hoe kon materie zich concentreren in een fase waarin de ruimte heel snel expandeerde?'

Dit kwam allemaal aan bod in deze lezing, ondersteund met veel prachtige opnamen van de Hubble en de Webb ruimtetelescopen, maar ook bijzondere ingesproken animaties van botsende stelsels. Alleen ging het met het geluid niet goed.
Sowieso was geluid een dingetje, want Henny's microfoon deed het niet. Ik ben een tijd bezig geweest met de geluidsinstallatie beneden, tot ik me bedacht dat er een knopje boven op de zender van de mic zit, 'mute'. Die stond uit... Ik vraag mij wel af waarom er zo'n knop op zit...

Al met al was het weer een schitterende les. En niet zijn laatste waar de volgende les, op 6 mei, is zijn 'Botsende sterrenstelsels'.

Op de foto's Henny aan het werk.

36e verjaardag HubbleVandaag is de Hubble Space Telescope 36 'geworden'. Of beter: 36 jaar geleden werd deze beroemde ru...
24/04/2026

36e verjaardag Hubble

Vandaag is de Hubble Space Telescope 36 'geworden'. Of beter: 36 jaar geleden werd deze beroemde ruimtetelescoop gelanceerd.

De stokoude telescoop heeft ons veel moois laten zien, en gaat daar mee door. Hier is de opname die NASA stuurde om de 36e verjaardag te vieren. Het is een werkelijk spectaculaire foto.

Dit is M20, bekend als de Trifidnevel (de ‘drielobbige’ nevel, vanwege de vorm die de stofwolken ‘tekenen’). Het is een stervormingsgebied in de Boogschutter, op 5000 lj afstand van de aarde, dat al minstens 300.000 jaar actief is.

De Hubble heeft nu een detail ervan in beeld gebracht: de foto die je hieronder rechts ziet. Op een foto van de gloednieuwe Vera C. Rubin telescoop (‘first light’ in juni 2025) in Chili zie je de hele nevel, met daarin aangegeven welk deel ervan de Hubble fotografeerde. Dat deel is overigens 4 bij 4 lj groot, het beeld van de Vera Rubin is 56 lj breed. Het is niet de eerste foto van M20 door de Hubble, in 1997 deed de telescoop dat al eens.

De opname is gemaakt met de WFC3 (Wide Field Camera 3), die in UV en nabij infrarood waarneemt. Er zijn vijf filters gebruikt om de afbeelding te maken, waarbij aan elk filter een kleur werd toegewezen om een beeld te maken waar wij wat mee kunnen. De filters kregen de kleuren lichtblauw, blauw, groen, rood en oranje.

Die kleuren vertellen iets over de dichtheden in de nevel. Het helderblauwe deel linksboven heeft de kleinste hoeveelheid stof. Hier ioniseert de krachtige UV-straling het nabije gas, waardoor de elektronen aan de atomen zijn onttrokken. Dat zorgt voor de gloed en de sterrenwind heeft het omringende stof weggeblazen en zo een bubbel gevormd.

Je ziet ook bruine en oranje-gele kleuren van die van rechtsboven tot midden- en rechtsonder lopen, met grillige, deels overlappende lijnen. Rechtsonder is het bijna zwart. Zwakke, gelige sterren zie je hier overal. De blauwe, heldere sterren (met de typisch ‘Hubble-spikes’ van de ophanging van de secundaire spiegel) zijn nabije sterren, in het Melkwegstelsel. Links van het midden is een prominente bruine vorm te zien, in de vorm van een hoofd/kop met twee hoorns. Het geheel lijkt op een zeeslak, vandaar de bijnaam ‘Cosmic Sea Lemon’. Die ‘hoorns’ zijn heldere stromen die naar boven gaan, één puntig en recht naar boven (in de punt ervan vormt zich een ster) en één wat warrige stroom die naar schuin naar rechts gaat. Die laatste is een ‘plasma jet’ van een jonge protoster, Herbig-Haro 399 genoemd, die ingebed is in het ‘hoofd’ van de slak. In lijn daarmee is aan de andere kant (dus naar rechtsonder) vaag een ‘tegen jet’ te zien (oranje-rood).

Het gebied is een mooi voorbeeld van de vernietiging van een stervormingswolk door de zware sterren die al zijn ontstaan. Sterren die later zouden kunnen zijn ontstaan komen zo nooit aan bod. Over enkele miljoenen jaren is er geen stervorming meer mogelijk.

De telescoop heeft tot nu toe meer dan 1,7 miljoen waarnemingen gedaan. Bijna 29.000 astronomen hebben wetenschappelijke artikelen gepubliceerd in peer-reviewed (wetenschappelijke) tijdschriften, gebruikmakend van Hubble-gegevens die gedurende de 36 jaar zijn gemaakt. Dit heeft geresulteerd in meer dan 23.000 publicaties, waarvan bijna 1100 alleen al in 2025. Sinds 2022 combineren onderzoekers regelmatig de waarnemingen van Hubble met die van de James Webb Space Telescope om de mogelijkheden voor ontdekkingen verder te vergroten.

De cursus 'De sterrenkunde in 2026'Les 7: ‘Exoplaneten en de zoektocht naar buitenaards leven’Ignas SnellenExoplaneten, ...
16/04/2026

De cursus 'De sterrenkunde in 2026'
Les 7: ‘Exoplaneten en de zoektocht naar buitenaards leven’
Ignas Snellen

Exoplaneten, dus planeten bij andere sterren, zijn objecten die in Star Trek vanaf de jaren zestig altijd een belangrijke rol speelden. In de wetenschap was het eeuwenlang iets dat eigenlijk heel logisch was, maar het duurde tot 1995 vóór het bestaan van de eerste exoplaneet ook echt werd bevestigd. Deze planeet beweegt rond de zonachtige hoofdreeks ster Pegasi 51, in het sterrenbeeld Pegasus dus (hij staat aangegeven in mijn planisferen). De eerste planeet die wordt ontdekt bij een ster krijgt de naam van die ster, met een ‘b’ daarachter (de volgende planeten zijn dan c, d enz). Die planeet is wat groter dan Jupiter, maar met half zoveel massa. Hij staat erg dicht bij de ster, ca. 8 miljoen km (Mercurius staat bijn 60 miljoen km van de zon!) en heeft een ‘jaar’ van iets meer dan vier dagen, en is daarom erg heet (1000°C). Dat leidde tot het begrip ‘hete Jupiters’, toen men er meer vond.

En dit was ook het begin van de les die prof. Ignas Snellen gaf: die hete Jupiters zijn het gemakkelijkst te detecteren! Dat komt doordat ze zo dicht bij de ster staan dat ze ‘aan de ster trekken’ zodat die ster heen en weer beweegt in de kijkrichting; dat noemen we de radiële snelheid. Dat zou je zo niet zien ware het niet dat je met het dopplereffect kun bepalen wanneer een ster naar ons toe beweegt en wanneer van ons af (blauw- en roodverschuiving).

Ignas gaf een uitgebreid overzicht alle detectiemethodes om exoplaneten te vinden, zoals die van de gravitationele invloed die ik hierboven al noemde. En wat we er wel en niet van kunnen leren.
Andere methodes zijn ‘direct imaging’ (dus rechtstreeks foto’s maken), ‘microlensing’ (vergelijkbaar met gravitatielenzen door zeer zware sterrenstelsels; in dit geval wordt het licht van een verre ster helderder door een nabijere ster (de ‘lens’) die ervoor langsgaat, en een planeet is dan een secundaire lens); en ten slotte is er de ‘transit’ methode: als een planeet voor zijn ster langs beweegt blokkeert hij een beetje van het sterlicht, dat je ziet en meet als een dipje in het licht.

Na de pauze gaf hij een overzicht van alle belangrijke lessen die we tot nu toe geleerd hebben, en hoe de exoplaneetrevolutie ons hele denken over planeetvorming en planeetstelsels op zijn kop heeft gezet. Wij dachten altijd dat ons zonnestelsel, dat wij aardig dachten te begrijpen (dat begrip staat nu ook wel onder druk, maar dat is een ander verhaal), model stond voor andere planeetstelsels. Dat bleek wel anders: het zonnestelsel is het buitenbeentje, met twee gasreuzen die niet heel dicht bij hun ster staan, rotsplaneten dicht bij de ster en nog een stel ijsreuzen op grote afstand. Van de inmiddels ruim 6000 bekende exoplaneten zitten de meeste tussen de massa’s van de aarde en Neptunus (super-Aardes of mini-Neptunussen… Neptuni?) of juist flink zwaarder dan Jupiter.
Hij had erg interessante grafieken geproduceerd op basis van de beschikbare database(s) met exoplaneten.

In mijn korte dankwoord benadrukte ik hoe plezierig het is om wetenschappers zo gepassioneerd over hun werk te zien en horen vertellen.

Al met al weer een zeer informatieve en erg leuk les. Het is een mooie cursus!

Op de foto's Ignas aan het werk!

De cursus 'De Sterrenkunde in 2026'Les 6: Onderzoek van de manenLucas Ellerbroek gaf gisteravond les 6 (al weer…) van de...
09/04/2026

De cursus 'De Sterrenkunde in 2026'
Les 6: Onderzoek van de manen

Lucas Ellerbroek gaf gisteravond les 6 (al weer…) van de toch wel erg bijzondere cursus ‘De sterrenkunde in 2026’. Die cursus geeft de stand van zaken in dit jaar en de naaste toekomst, van de sterrenkunde, het planeetonderzoek en de ruimtevaart.
Lucas Ellerbroek gaf op mijn verzoek een les over de manen (of natuurlijke satellieten) van het zonnestelsel. De manen zijn best belangrijk: de zeven grootste manen zijn na de zon en de acht planeten de grootste objecten in het zonnestelsel! De meeste van de nu 446 bekende manen zijn echter superklein, hooguit een paar km groot.

Lucas nam ons mee langs de opmerkelijkste manen van de grote planeten, en dan vooral de ijsmanen Europa en Ganymedes (bij Jupiter) en Enceladus (bij Saturnus). Onder hun ijzige korst bevinden zich waarschijnlijk oceanen van vloeibaar water – mogelijke habitats voor leven buiten de aarde. Hij gaf ook een vooruitblik op de ruimtemissies NASA’s Europa Clipper en de Europese sonde JUICE, die momenteel onderweg zijn naar het Jupiterstelsel en resp. in april 2030 en juni 2031 bij Jupiter moeten aankomen.

Naast deze beroemde ijswerelden kwamen ook andere bijzondere manen aan bod, van de vulkanisch zeer actieve Io tot de mysterieuze Titan.
En aan het eind vertelde hij over 'exomanen': manen van planeten bij andere sterren.

De lezing liet zien hoe de manen van ons zonnestelsel zijn veranderd van kleine bijfiguren in het planetenverhaal tot misschien wel de meest veelbelovende plekken om buitenaards leven te zoeken.
Het was een erg leuk, informatief en compleet verhaal, waarbij we een mooi overzicht kregen van die wonderlijke manen, waarvan er twee grote zijn dan de planeet Mercurius!

Lucas Ellerbroek is astronoom en wetenschapsjournalist’. Hij deed onderzoek van sterevolutie, en aan kometen en exoplaneten; en schrijft boeken (zijn volgende boek heet ‘De missie’ en is een geschiedenis van de ruimtevaart, op basis van de herinneringen van een man die de begintijd van de ESA meemaakte), en artikelen voor bijvoorbeeld NRC en National Geographic. Hij wordt ook regelmatig uitgenodigd voor bijvoorbeeld radioprogramma’s.

Op de foto's
Lucas aan het werk, én mijn grote schaalmodel van het zonnestelsel (schaal 1:475 miljoen). Ik had gevraagd of hij het leuk vond in zijn les te gebruiken en hij was erg enthousiast.

De cursus 'De Sterrenkunde in 2026'Les 5De les van woensdagavond, door Govert Schilling, had als titel ook de titel van ...
03/04/2026

De cursus 'De Sterrenkunde in 2026'
Les 5

De les van woensdagavond, door Govert Schilling, had als titel ook de titel van de cursus zelf. Ik had Govert gevraagd om een overzicht te geven en daarmee de lessen van de specialisten te verbinden, én de 'gaten' die uiteraard ontstaan op te vullen.
Nou... dat deed hij, op de zijn bekende super-enthousiaste wijze!

Hij begon te vertellen dat 'de astronomie er de laatste jaren compleet anders uitziet dan pakweg twintig jaar geleden. Dat komt voor een deel door uiteenlopende nieuwe technologieën, maar ook door de vele nieuwe ontdekkingen die de laatste tijd zijn gedaan, vooral op het gebied van de zogeheten ‘multimessenger-astronomie’.'

Govert beschreef de nieuwe vakgebieden en de nieuwe telescopen en observatoria die de komende jaren een belangrijk stempel zullen drukken op de ontwikkeling van de sterrenkunde. Vanzelfsprekend stond hij ook stil bij de laatste ontwikkelingen in het ruimteonderzoek.

Het was erg leerzaam. Ik weet natuurlijk wel dat zwaartekrachtsgolven een geheel nieuwe manier zijn van informatie verkrijgen over het heelal, dan wat we sinds eeuwen doen: via elektromagnetische straling (zichtbaar licht en andere vormen van straling. Maar ik realiseerde mij nog niet dat de detectie en het onderzoek van neutrino's en geladen deeltjes (kosmische straling) aparte takken van de sterrenkunde zijn. Die vier vormen zijn wat multimessenger-astronomie inhoudt.

Vooral na de pauze beschreef Govert alle nieuwste en binnenkort te realiseren (ruimte)telescopen en andere (nieuwe) detectiemethoden. En dat was een duizelingwekkende lijst. De toekomst biedt wat dat betreft veel goeds voor de liefhebbers én de astronomen!

Ik wil een aantal van die projecten in de volgende nieuwsbrief behandelen, gewoon om het ook voor mijzelf op een rijtje te zetten.

In januari, toen ik met de organisatie bezig was en mij zorgen maakte over het aantal aanmeldingen dat ik toen had, sprak ik met Govert af dat we een loterij zouden houden, om mensen te stimuleren deel te nemen. De prijs: een van zijn nieuwste boeken, 'Onbegrensd Universum'. Woensdag trok hij het winnende lot, en Henk Hol was de gelukkige winnaar!

Op de foto's zie je Govert aan het werk, ons samen met de winnaar van de loterij (foto van Ton), en eens een keer mij tijdens de officiële plechtigheden... zoals mijn dankwoord (foto's Leo) en het overhandigen van de fles wijn. :-)

Genoeg eclipsbrillen! We hebben binnenkort weer voldoende eclipsbrillen: er zijn 10.000 nieuwe onderweg! Daarmee hopen w...
26/03/2026

Genoeg eclipsbrillen!

We hebben binnenkort weer voldoende eclipsbrillen: er zijn 10.000 nieuwe onderweg!

Daarmee hopen we zoveel mogelijk mensen op een veilige manier naar de op 12 augustus (bij ons gedeeltelijk) verduisterde zon te kijken.

Sterker nog: we hebben ook een speciale brochure, 'Veilig de zon waarnemen', om het publiek voor te lichten. Daarin beschrijf ik in het kort de werking van de zon, de bewegingen van de aarde en de maan die tot de maanfasen (schijngestalten) en regelmatige zons- en maansverduisteringen leiden en hoe je veilig naar de zon kunt kijken - met een eclipbril, speciaal zonnefilterfolie voor de verrekijker of telelens en speciale eenvoudige zonneprojectoren.

Eclipsbrillen
zie https://www.walrecht.nl/nl/product/boeken-en-posters/eclipsbrillen/379/eclipsbril-enkel

De brochure 'Veilig de zon waarnemen'
https://www.walrecht.nl/nl/product/boeken-en-posters/boeken/51/brochure-veilig-zonnekijken

De zonsverduistering van 12 juli is al over 3,5 maand!

Nu en dan is er een zonsverduistering, maar hoe bekijk je zoiets op een veilige manier? Wij verkopen eclipsbrillen en willen dat je zo goed mogelijk geïnformeerd bent over die brillen en het veilig bekijken van de zon in het algemeen. 

De cursus 'De Sterrenkunde in 2026'Les 4Vanwege activiteiten op de school op woensdag was les 4 op de dinsdag (hoewel he...
25/03/2026

De cursus 'De Sterrenkunde in 2026'
Les 4

Vanwege activiteiten op de school op woensdag was les 4 op de dinsdag (hoewel het om een andere reden erg druk was).

De spreker was Lex Kaper, die een erg leuk verhaal vertelde, eerst over de geschiedenis van de telescoop (waaronder natuurlijk over onze eigen Johannes Lipperhey en Galileo Galilei), waarna hij verder ging met wat hij vooral kwam vertellen: over de geweldige instrumenten en telescopen van Europa in Chili. Europese landen hebben zich verenigd in de European Southern Observatory - of ESO. De ESO beheert een aantal sterrenwachten in de Atacama woestijn van Chili. Door samenwerking zijn de Europese landen erin geslaagd een internationaal toonaangevend instrumentarium te ontwikkelen waaronder de Very Large Telescope (VLT), met vier 8,2 telescopen, die afzonderlijk om gezamenlijk kunnen opereren. Daarbij zijn de instrumenten die 'achter' die telescopen hangen cruciaal. Ook op dat gebied is Nederland bijzonder actief. Die telescopen zijn state of the art op dat gebied, en Europa wordt daarin voorlopig niet overtroffen.

Sterker, het hoogtepunt komt met de bouw van de grootste telescoop van de wereld, de Extremely Large Telescope (ELT), met 'een spiegel' van 39,3 m diameter; deze bestaat uit honderden zeskantige segmenten. De brandpuntsafstand is 684 m, de dome (koepel) is 80 m hoog. Het geheel heeft ook een beschermende laag tegen aardbevingen.

Tijdens deze lezing ging Lex in op de wetenschappelijke en technische successen van ESO, met nadruk op de Nederlandse rol daarbij. Ook blikte hij vooruit naar 'first light' van de ELT in 2029, het instrumentarium en het wetenschappelijke onderzoek dat mogelijk zal worden gemaakt.

Tijdens mijn korte aankondiging wees ik op het feit dat er al twee directeuren van het Anton Pannekoek Instituut lessen geven in deze cursus, want Ed van den Heuvel had deze functie van 1975 tot 2005. Ik had ook gezien dat zijn promotoren Ed en Henny Lamers waren. Hij voegde daar aan toe dat er nog een directeur van een sterrenkundig instituut meedoet, namelijk Ignas Snellen van de Sterrewacht Leiden (die komt 15 april zijn les geven). Én hij vertelde ook dat hij de promotor was van Lucas Ellenbroek en die komt op 8 april! Een klein wereldje 'indeed'!

Op de foto's Lex aan het werk

Lente!!!Ik was het bijna vergeten, maar vandaag om 15:46 u onze tijd is officieel de lente begonnen! Dat wil zeggen de a...
20/03/2026

Lente!!!

Ik was het bijna vergeten, maar vandaag om 15:46 u onze tijd is officieel de lente begonnen! Dat wil zeggen de astronomische lente, het moment in het voorjaar dat de zon precies boven de evenaar staat en de dagen en nachten even gelijk zijn. We noemen dat het lente-equinox, of de lente nachtevening.
Rond dit moment gaat de verandering van de daglengte, die vanaf het astronomische begin van de winter weer gaat toenemen, het snelst. Rond de herfst nachtevening is dat precies andersom.

Meer hierover in mijn eerste boek, Genieten van de sterrenhemel:

Lezing 'Kleine werelden...' bij CopernicusGisteravond gaf ik mijn lezing 'De kleine werelden van het zonnestelsel, voor ...
20/03/2026

Lezing 'Kleine werelden...' bij Copernicus

Gisteravond gaf ik mijn lezing 'De kleine werelden van het zonnestelsel, voor de leden van de sterrenwacht Copernicus, die hun lezingen organiseren in de Zocherlounge in Bloemendaal.

Het was erg gezellig en de lezing liep weer lekker. Ik heb hem nu redelijk onder controle, hoewel ik gisteren aan het begin wat te veel ging uitweiden... Dus na het deel over Pluto (een van de belangrijkste delen) moest ik stoppen. Aandachtspuntje... Dat betekent dat ik het ergens in mijn eerste dia's moet aangeven - voor mezelf...

Ik heb helaas geen foto's ervan, maar wel wat foto's van de belangrijkste hoofdpersonen, zoals de 'Rosetta-komeet', Ceres, Vesta en Pluto.

De cursus 'De Sterrenkunde in 2026'Les 3Woensdag was er al weer de derde les in deze bijzondere cursus, en de eerste die...
20/03/2026

De cursus 'De Sterrenkunde in 2026'
Les 3

Woensdag was er al weer de derde les in deze bijzondere cursus, en de eerste die ik in mijn reeks van vijf cursussen organiseerde die over de ruimtevaart ging!

Erik Laan gaf de les. Hij werkt al sinds 1996 in de Nederlandse ruimtevaart en onder andere ook als docent de hogeschool Inholland. Zijn verhaal was dan ook zeer deskundig.

Dat verhaal ging over de ruimtevaart in het algemeen, en de (toekomstige) exploratie van de Maan en Mars in het bijzonder. Wat is er gebeurd in het verleden, wat gebeurt er nu en wat valt er op het maanfront in de komende jaren te verwachten. Is er daadwerkelijk een race aan de gang tussen de Chinezen en de Amerikanen? Wat gebeurt er als China als eerste landt op de Maan? En waarom gaan we eigenlijk terug naar de Maan? En waarom gaan we eigenlijk niet direct naar Mars en slaan we de Maan niet gewoon over?

De cursisten kregen zo een perfect overzicht van de geschiedenis en ontwikkeling, én toekomst van de ruimtevaart, ook in het licht van de geopolitieke situatie.

Ik kende hem nog niet, het is een van de sprekers die ik voor het eerst had 'gestrikt'. En hij vond het leuk de maker te ontmoeten van de planisfeer die hij als sinds de jaren '80 met veel plezier gebruikt (mijn eerste eigen uitgave, uit 1984).

Volgende week komt prof. Lex Kaper zijn les over de grote bestaande en toekomstige telescopen vertellen. Hij is nu de directeur van het gerenommeerde sterrenkundig instituut Anton Pannekoek van de Universiteit van Amsterdam. Dat is bijzonder want een eerdere directeur daarvan gaf les 1: prof. Ed van den Heuvel had die functie paar liefst 30 jaar.

Op de foto's zie je Erik aan het werk.

Adres

Fuutstraat 6
Amersfoort

Meldingen

Wees de eerste die het weet en laat ons u een e-mail sturen wanneer Rob Walrecht Productions nieuws en promoties plaatst. Uw e-mailadres wordt niet voor andere doeleinden gebruikt en u kunt zich op elk gewenst moment afmelden.

Contact

Stuur een bericht naar Rob Walrecht Productions:

Delen

Type