02/10/2015
"De staat moet veel meer investeren in zaken als inburgering en taalcursussen", aldus Jaco Dagevos, bijzonder hoogleraar integratie en migratie aan de Erasmus universiteit
"Alle aandacht gaat op dit moment uit naar de opvang van grote aantallen vluchtelingen. Dit is begrijpelijk, want als de aantallen van de laatste weken doorzetten, staan we aan de vooravond van een ongekend grote instroom van asielzoekers.
Toch is het ook goed om vooruit te kijken. Een groot aantal van degenen die nu naar Nederland komen, zullen hier voor langere tijd blijven wonen. Wat mag van hun integratie worden verwacht? Beschikbare cijfers en eerder onderzoek stemmen niet optimistisch.
Kenmerkend voor vluchtelingen is dat in de beginjaren van hun verblijf in Nederland weinigen werk weten
Over de positie van Syriërs en Eritreërs, die recentelijk de instroom domineren, weten we nog niet veel. CBS-cijfers van eind 2014 wijzen er op dat velen van hen die nu in Nederland wonen in de bijstand zitten.
Over andere zogenoemde vluchtelingengroepen is meer bekend. Afgemeten aan cijfers over onder meer armoede, bijstand en niet-werkenden laten Somaliërs het meest ongunstige beeld zien. Ongeveer een kwart van hen heeft betaald werk. Van de eerste generatie Somaliërs is eind 2013 meer dan de helft van de personen tussen de 15 en 65 jaar afhankelijk van een bijstandsuitkering.
Natuurlijk is de ene vluchtelingengroep de andere niet. De positie van de Iraakse en Afghaanse groep is wat beter, maar ook voor hen geldt dat de arbeidsparticipatie laag is - rond de 40procent van de volwassen bevolking werkt - en dat velen afhankelijk zijn van de bijstand.
Bijstand
Vluchtelingen in het sportcentrum van de Erasmus universiteit.
Vluchtelingen in het sportcentrum van de Erasmus universiteit. © ANP
De positie van Iraanse Nederlanders is gunstiger, onder meer door hogere arbeidsparticipatie. Toch is bijna een kwart van de eerste generatie Iraniërs afhankelijk van een bijstandsuitkering (cijfers eind 2013). Ondanks hun hoge opleidingsniveau - het aandeel hbo- en wo-gediplomeerden is bij Iraanse Nederlanders groter dan bij de autochtone bevolking - is de sociaal-economische integratie geen succesverhaal. De tweede generatie Iraniërs doet het overigens zeer goed in het onderwijs.
Kenmerkend voor vluchtelingen is dat in de beginjaren van hun verblijf in Nederland weinigen werk weten te vinden en dat velen zijn aangewezen op de bijstand. Naarmate men langer in Nederland is, trekt de arbeidsparticipatie weliswaar aan, maar haalt niet het niveau van gezins- of arbeidsmigranten. Het verschil met autochtone Nederlanders is groot. Hetzelfde patroon zien we bij de bijstandsuitkeringen: hoog in het begin, afnemend naarmate men langer in Nederland woont. Maar ook bij vluchtelingen die al langere tijd in Nederland wonen is het aandeel in de bijstand aanzienlijk hoger dan onder de vier grote niet-westerse migrantengroepen.
Het kost vluchtelingen dus grote moeite aan de slag te raken. Een belangrijke reden hiervoor is dat zij vaak als jongvolwassene naar Nederland komen. Het is dan lastig om nog goed de Nederlandse taal te leren of nog een opleiding te gaan volgen.
Het verzilveren van buitenlandse diploma's op de Nederlandse arbeidsmarkt blijkt niet eenvoudig te zijn, ook niet bij degenen die hoog zijn opgeleid. Een andere reden voor de moeizame integratie van vluchtelingen is hun slechte mentale gezondheid. De achtergronden van hun vlucht, de vlucht zelf en een (lang) verblijf in azc's doen een aanslag op de (psychische) gezondheid en belemmeren het vinden van werk en andere vormen van participatie, zoals het volgen van een opleiding en het leren van de Nederlandse taal.
Net als bij andere migranten die nog maar kort in Nederland zijn, beschikken de meeste vluchtelingen niet over netwerken die van dienst kunnen zijn om hun weg in Nederland en op de arbeidsmarkt te vinden. Ook discriminatie belemmert hen.
Nederlands diploma
Het inburgeringsbeleid zou een extra impuls moeten krijgen
Nu er wekelijks duizenden asielzoekers Nederland binnenkomen, is het zaaker voor te zorgen dat hun arbeidsmarktparticipatie beter gaat verlopen dan die van hun voorgangers. Het behalen van een Nederlands diploma is een belangrijke factor achter het vinden van werk. Het blijkt echter niet altijd eenvoudig te zijn om met buitenlandse diploma's een aansluitende opleiding in Nederland te volgen. Erkenning van diploma's lijkt vaak gepaard te gaan met lange bureaucratische procedures en zet migranten vaak behoorlijk terug in niveau.
In het verleden zijn initiatieven genomen zoals het Banenoffensief Vluchtelingen, dat via gerichte bemiddeling en begeleiding vluchtelingen aan het werk heeft geholpen. Dergelijke projecten kunnen opnieuw worden opgezet. Daarin kunnen verschillende partijen (zoals werkgevers, het UWV, uitzendbureaus en organisaties en VluchtelingenWerk) gezamenlijk inspanningen doen om vluchtelingen aan een baan te helpen.
Het inburgeringsbeleid zou een extra impuls moeten krijgen. Tot enkele jaren geleden hadden de gemeenten een actieve rol in de inburgering van nieuwkomers. Nu moeten nieuwkomers zelf uitzoeken welke cursussen zij gaan volgen om aan de inburgeringseisen te voldoen en moeten ze de cursussen zelf betalen. Het nieuwe inburgeringsbeleid doet een beroep op de eigen verantwoordelijkheid, maar het is de vraag of veel vluchtelingen in staat zijn zelf te bepalen welke trainingen er zijn en welke voor hen het meest geschikt zijn. Waarom weer niet de gemeenten inschakelen om nieuwkomers op pad te helpen zodat ze snel en efficiënt hun Nederlandse taalbeheersing kunnen verbeteren?
Het idee is dus om praktische oplossingen te bedenken. Voor een belangrijk deel zijn dit specifieke maatregelen gericht op de verbetering van integratie. Dat specifieke integratiebeleid heeft in de afgelopen jaren aan populariteit ingeboet. Maar binnen het algemene beleid kunnen de specifieke problemen van asielzoekers niet worden opgelost. Nieuwkomers van nu dreigen zo de onderklasse van de toekomst te worden."
Bron: http://www.volkskrant.nl/opinie/zonder-hulp-lukt-integratie-nooit~a4154411/
Het roer moet om: de staat moet veel meer investeren in zaken als inburgering en taalcursussen.