30/04/2026
Laatst speelde ik met mijn oudste dochter een spelletje op de telefoon. Op de momenten dat ze er even niet met de gedachten bij was, deed ze precies het juiste en won glansrijk. En ik dacht: hoe dan?
Het is een staat van zijn die ik herken. Bij darten bijvoorbeeld. Dan gooi ik ineens de pijl in de triple 20 en denk ik daarna: wat gebeurde hier nou eigenlijk? Vervolgens wil ik het moment nabootsen en gooi ik in de 1. De flow vervloog. Hoe blijf je in de flow? Blijven bewegen, zodat je brein het niet overneemt.
Voor schrijven geldt hetzelfde; de parels komen als ik er juist niet over nadenk. Een writer’s block ontstaat wanneer je in je hoofd zit en van tevoren precies wil weten wat je gaat doen. Natuurlijk is het goed om een beetje een plan te hebben, maar de rake woorden komen onderweg. Dus: gewoon schrijven en dan komt het. Ik moet denken aan de tip van Toine Kamphuis, bij wie ik eens een cursus creatief schrijven volgde: bij hem deden we de wiebi-oefening (wat ik eigenlijk bedoel is). Je gaat vijf minuten schrijven, je mag niet stoppen. En als je het even niet meer weet, schrijf je wiebi op en dan ga je weer.
Elke keer als ik op die manier schrijf, ook met de dagelijkse drie pagina’s (The Artist’s Way, Julia Cameron), voel ik een soort ontspanning in mijn hoofd. En voldoening.
En waardoor? Door het doel dat je hersenen je stellen (het moet goed zijn, het moet af zijn, ik moet winnen) even helemaal los te laten. Dan neemt het lichaam het over en zijn ineens alle woorden raak. En sta je er zelf van te kijken.
Dat is flow.