08/10/2026
Ik herinner me de smaak van de lucht. Het was in het voorjaar van 2006 toen ik voor het eerst voet op Chinese bodem zette in Beijing. Bij het verlaten van de terminal van de luchthaven proefde je de scherpe, metaalachtige bijsmaak van verbrande kolen en uitlaatgassen. De stad lag onder een vrijwel ondoorzichtige, grauwgele deken. De zon was slechts een vaag, diffuus lichtpuntje achter de smog. Op straat bewoog een zee van mensen en bijna zonder uitzondering droegen ze toen mondkapjes. Het was geen modegril, maar een noodzakelijk schild tegen de onzichtbare vijand. Zelfs het verkeer leek te stikken in zijn eigen uitstoot; auto’s reden met knipperende koplampen door de mist en de lucht was zichtbaar vuil, een agressieve aanwezigheid die in je keel bleef hangen. Ruim twintig jaar later ben ik er weer. Eerst in september vorig jaar en nu op een heldere herfstochtend in oktober 2026, sta ik opnieuw op een druk kruispunt in de Chinese hoofdstad. De lucht is kraakhelder. De hemel is een diep, onweerlegbaar blauw. In het Olympic Forest Park, dat naadloos overgaat in de stedelijke structuur, joggen mensen zonder mondkapje. In het verkeer zijn er overwegend elektrische voertuigen. De grijze sluiers zijn verdwenen, vervangen door een stad die zich letterlijk en figuurlijk heeft vrij geademd. De transformatie van Beijing is, aldus deskundigen, niet minder dan één van de meest indrukwekkende milieuherstellingen in de moderne geschiedenis.
[lees verder op: https://dwtonline.com/beijing-van-grijze-sluiers-naar-blauwe-lucht/]